Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Verdragswijzigingen en een 'Nexit'-referendum

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit van Maastricht

In de nasleep van de uitkomst van het Brexit-referendum werd ook in Nederland gesproken over de mogelijkheid van een referendum in Nederland. De gedachte was dat de Brexit wijzigingen met zich mee brengt in de EU-verdragen die parlementaire goedkeuring behoeven in alle andere lidstaten, waaronder Nederland. Deze wijziging van de EU-verdragen zou in zo'n geval via de goedkeuringswet per referendum worden voorgelegd aan de Nederlandse bevolking en mogelijk verworpen.

Ik denk echter niet dat dat kan. Immers de Brexit, zo bepaalt art. 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), treedt in werking na een aanvraag en na succesvolle onderhandeling, of na verloop van een bepaalde tijd. Met andere woorden: dan is de terugtrekking een feit en hoeft daar niet meer over besloten te worden in de parlementen van andere lidstaten.

Verdragen

Dan rest de vraag hoe het dan staat met andere artikelen van het verdrag. Bijvoorbeeld artikel 52 dat stelt dat de EU-verdragen van toepasing zijn op alle daar genoemde staten, waaronder het Verenigd Koninkrijk. Moet dat dan ook worden aangepast? Wat te doen met andere bepalingen waarin bijvoorbeeld de omvang van het Europees Parlement wordt geregeld? Artikel 14 van het VEU bepaalt dat het aantal leden van het Europees Parlement maximaal 751 leden telt en dat de Europese Raad de precieze nadere regels stelt. Ten anzien van de overige instellingen noemen de Verdragen geen aantallen leden maar alleen dat de instellingen leden van alle lidstaten hebben. Geen problem daar dus.

Dan is er nog artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dat verdrag bepaalt of en in hoeverre de Verdragen van toepassing zjin op de Kanaaleilanden en het eiland Man. Ik denk dat het wel zo fraai zou zijn om die bepalingen aan te passen na een Brexit, maar de vraag is of het formeel wel nodig is: het Verenigd Koninkrijk is immers uitgetreden en daarmee zijn die onderdelen niet langer van waarde en hebben hun betekenis verloren.

Tot slot kan in de scheidingsovereenkomst nog worden besloten dat artikel 52 van het VEU en artikel 355 van VWEU niet van toepassing zijn. Formeel is dit niet nodig: artikel 50 besluit tenslotte al dat na de echtscheiding de verdragen niet meer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk. Zo bezien wijzigt het terugtrekkingsakkoord als het ware de artikelen 52 van het VEU en art. 355 van het VWEU. Dat lijkt raar, maar dat is het niet omdat deze wijziging van toepassing bepaald is in het VEU zelf, namelijk in art. 50.

Wat dat betreft is het dus niet nodig om goedkeuring van nationale parlementen te krijgen en is er dus ook geen mogelijkheid voor een referendum. Het enige wat het nationale parlement kan doen, is de premier controleren bij de Brexit-onderhandelingen tussen de Europese Raad en het Verenigd Koninkrijk en vragen om rekening te houden met parlementaire voorkeuren.

Nationale parlementen

Wat als er andere hervormingen in de EU gaan worden aangebracht? Daarover dienen inderdaad de nationale parlementen te beslissen en kan er in verschillende lidstaten, waaronder Nederland, een referendum nodig zijn. Een afstemming van hervormingen zal echter niet leiden tot een Nexit want daarmee blijven de huidige verdragen in stand.

Maar, een afstemming van hervormingen zal niet leiden tot een Nexit, want dan blijven de huidige verdragen in stand. Voor een Nexit referendum zal dus een ad hoc-wet nodig zijn die specifiek bepaalt dat de bevolking zich daarover kan uitspreken. Niet onmogelijk, maar wel erg onwaarschijnlijk. Ironisch is wel dat de hervormingen van de EU, die doorgaans gericht zijn op verbeteringen, dus kunnen worden afgestemd door EU-sceptici die niet willen dat de EU beter gaat werken en er belang bij hebben dat de EU niet wordt hervormd.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 augustus 2016.