Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

't Is not the economy, stupid.'

Gerrit Voerman neemt tussenbalans verkiezingscampagne op

't Is not the economy, stupid.' Als Gerrit Voerman, partijenkenner bij uitstek, een maand voor de Tweede Kamerverkiezingen iets opvalt, is het dat het economisch herstel in de verkiezingscampagne zo’n geringe rol speelt.

'President Clinton liet zien dat de staat van economie er bij verkiezingen toe doet, zoals zo vaak. Zijn verkiezingsoverwinning op George Bush sr (1993) wordt er zelfs aan toegeschreven. Maar dat lijkt in Nederland in 2017 niet te werken', analyseert professor Voerman, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen. 'We hebben, kun je zeggen, de economische crisis die een jaar of tien geleden begon, en die de grootste was sinds de jaren '30, overwonnen. De economie groeit weer, de werkloosheid daalt, er is zelfs weer een begrotingsoverschot. Maar de regeringspartijen VVD en PvdA profiteren er eigenlijk niet van. En dat het de oppositie hindert kun je evenmin zeggen.'

Voerman: 'Er zijn andere dingen dan de economie die de toon van de verkiezingscampagne bepalen. Dat laat zich nog wel het beste vangen met het thema 'identiteit': wie zijn we, wat willen we met ons land? Wat verwachten we van de mensen die hier wonen? Wie horen erbij en wie niet? Hoe staan we in de wereld: met een open opstelling tegen Europa, of met de luiken dicht? Dat soort vragen overschaduwen de economische en financiële successen van het kabinet-Rutte II.'

Claimen

Misschien wel het meest duidelijk is dat te zien bij de PvdA, meent Voerman. 'Lijsttrekker Asscher was vice-premier, maar hij claimt de kabinetssuccessen nauwelijks. Het kabinet lijkt eerder een last uit het verleden die de PvdA mee moet torsen. Waarmee de partij wel heel erg met lege handen staat. De samenwerking met de VVD ligt de PvdA zwaar op de maag, maar Asscher kiest ook niet onvoorwaardelijk voor een linkse coalitie.'

Voerman: 'De VVD van Mark Rutte eist die successen wel op. Maar daarnaast probeert hij door sociaal-culturele thema’s te benadrukken ['Trots op het gave Nederland', 'Normaal. Doen'] in soms harde bewoordingen ['Pleur op'] de gaten naar Wilders’ PVV zo goed mogelijk te dichten. En kijk hoe gemakkelijk Rutte de PvdA als coalitiepartij laat vallen. Tijdens het radiodebat koos hij unverfroren voor een middenkabinet met CDA en D66.’

Met nog een paar weken te gaan breekt het politieke midden [D66, CDA] breekt niet door, stelt Voerman vast. 'Hun oppositie – de een constructief, de ander veel harder –betaalt zich in de eerste campagneweken evenmin uit. Pechtold en Buma proberen aan relevantie te winnen door zich als kandidaat voor het premierschap te presenteren, maar zij komen er in de tweestrijd tussen Wilders en Rutte niet echt tussen. Het politieke centrum heeft het in tijden van polarisatie altijd moeilijk. De nuance wordt minder gewaardeerd…'

Links

Op links signaleert Voerman 'grote instabiliteit'. ‘De PvdA is zoekende, de SP-onder-Roemer zit op dood spoor en GroenLinks met Jesse Klaver is in een winning mood. Duidelijk is wel dat links als geheel zware klappen gaat krijgen.'

Met name voor de PvdA, sinds mensenheugenis de grootste partij op links, tekent zich een drama af. 'Al jarenlang neemt ook bij de PvdA de kiezersloyaliteit af. Sinds Kok heeft de partij het steeds weten te redden met een tijdige leiderswissel: Bos (2003), Cohen (2010) en Samsom (2012). Maar die remedie lijkt uitgewerkt. Asscher, te veel verbonden met het op links gehate kabinet, komt er niet goed uit. Hij is als de Baron van Munchausen die zich aan eigen haren uit het moeras moet zien te trekken.'

Of Geert Wilders de lachende derde wordt, valt volgens Voerman nog te betwijfelen. 'Afgaande op de peilingen is de PVV over het hoogtepunt. Een jaar geleden stond de partij op meer dan dertig zetels, nu lijkt de VVD langszij te komen. De vluchtelingencrisis is voorbij, de chaos onder president Trump, met wie Wilders zich geheel identificeert, wordt pijnlijk zichtbaar – dat kan allemaal een rol spelen. Maar als iets onvoorspelbaar is gebleken, dan is het de aanhang voor de PVV. Er kunnen dingen gebeuren waardoor de steun voor Wilders weer omhoog schiet.'

Grote partijen

'Grote partijen bestaan niet meer', stelt Voerman vast. 'Het ziet er naar uit dat de grootste partij, wellicht twee, nog geen dertig zetels gaat halen. Die kopgroep wordt achtervolgd door een peloton aan middenpartijen. Dat lijkt een vast patroon geworden: partijen, ook de klassieke drie (PvdA, CDA, VVD), kunnen steeds minder rekenen op een vaste aanhang. Het beste waar ze af en toe op kunnen hopen is dat ze af en toe pieken. Dat zegt iets over de stabiliteit van de partijendemocratie.'


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 27 februari 2017.