Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Opiniestuk van advocaat Jan Boone over de staat van de rechtsstaat

woensdag 8 juni 2011, 8:55

De vraag of de grote blonde ariër uit Venlo de Rechtsstaat door zijn optreden in gevaar brengt is niet zomaar te beantwoorden.

Vrijwel ieder weldenkend mens zal het met me eens zijn dat zijn optreden als verdachte in een strafzaak nauwelijks verschilt van dat van andere verdachten, die roepen dat ze onschuldig zijn en de Rechter niet deugt.

Wat mij wel verontrust is dat hij meent dat als hij wordt veroordeeld 2 miljoen Nederlanders met hem worden veroordeeld. Een verdedigingsstrategie die nog geen enkele van de ongeveer vijfduizend mensen die ik in de afgelopen vijfendertig jaar heb verdedigd, heeft bedacht.

Op zich dan ook een vondst, maar de stelling snijdt geen hout! Wat verontrust is dat hij de stelling poneert als parlementariër, bij uitstek mede verantwoordelijk voor de Rechtsstaat. Hij is volgens mij even bang als alle mensen die worden gedagvaard voor een strafbaar feit. Er is de angst voor het voorkomen zelf, maar vooral voor de straf die kan volgen.

Verontrustender is dat W. (ook hij heeft als verdachte recht op privacy) in een aantal gevallen gelijk zou kunnen hebben. Het gaat dan om de verschrikkingen in de zaak van de schitterende meneer Poot, rommelende Rechters en wat niet al. Verschrikkingen omdat het vertrouwen in de Rechter een deuk heeft opgelopen.

Dat vertrouwen in de Rechter, dat hij eerlijk, kundig en onafhankelijk is, daar gaat het om. Dat vertrouwen was lange tijd absoluut lijkt het. Als bij staking van tachtigduizend mensen de Rechter in kort geding besliste dat de staking onrechtmatig was, dan ging iedereen gewoon aan het werk.

Een blijk van vertrouwen, dat voor de kwaliteit van de Rechtsstaat typerend is. Maar geldt dat nog steeds? De vraag of de Rechtsstaat in gevaar is kan ik weliswaar niet goed beoordelen. Ik heb de neiging om te zeggen: te grote woorden.  De strafzaak tegen W. heeft door de grote media aandacht een geheel nieuwe dimensie aan de Strafrechtspraak gegeven.

De strafzaak tegen W. is zich door het wonderlijke optreden van de Rechters en de getuigen, met name Janssen en Schalken, in de media gaan manifesteren, als zou de Rechtsstaat in gevaar zijn. Niet de Rechtsstaat maar de Strafrechtspraak en daarmee al dan niet de Rechtsstaat is al jaren in gevaar. Een gevaar dat het vertrouwen in de Rechter in gevaar brengt.

Naast andere oorzaken is de belangrijkste het verlaten van het onmiddellijkheidsbeginsel. Dit is het beginsel dat alles op de zitting door de Rechter moet worden onderzocht.

Na het de auditu arrest (van horen zeggen) is het systeem ontstaan waarin de opsporingsinstanties processen-verbaal opmaken die als dossier aan de Rechter worden gepresenteerd. In dat dossier zit de veroordeling in principe besloten. Of het ook de waarheid bevat is van ondergeschikt belang. De veroordeling zit steeds panklaar in het dossier.

De Rechter gaat uit van de waarheid zoals het dossier die in de processen-verbaal laat zien. Het gevolg is dat de Rechter na het lezen van het dossier meent de waarheid te kennen. Dit is de oorzaak van rampen als onder meer de Puttense moordzaak. De Rechter vertrouwt op het dossier. Het de auditu arrest heeft echter tot een schier onherstelbare weeffout in onze Strafrechtspraak geleid.

Als we niet terugkeren naar het onmiddellijkheidsbeginsel, waarbij alles op de zitting moet worden vastgesteld aan de hand van het ondervragen van alle agenten, getuigen en verdachten die in het dossier voorkomen en te controleren of alles klopt, zullen de miskleunen zich blijven voordoen. De Rechter moet gewoon weer zelf de waarheid ter zitting zoeken en zich niet laten overtuigen door de inhoud van het dossier.

Als de Rechtsstaat wordt gedragen door het vertrouwen dat de burger heeft in de Rechter dan is er als gevolg van deze werkwijze van de Rechter in de Strafrechtspraak, de Rechtsstaat wel degelijk in gevaar.

Dit opiniestuk is verschenen in dagblad Trouw in het kader van het debat 'Uw rechtspraak is de mijne niet!'