Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

‘Ontzettend interessant, maar kun je het in één zin zeggen?’

donderdag 5 september 2013, 8:50

DEN HAAG (PDC) - Televisie draait om snelheid en spektakel en omdat politici graag in beeld willen blijven, moeten ze zich aan deze mediawetten aanpassen. Zowel de media als de politici zijn verantwoordelijk voor deze ontwikkeling. Dit concludeerden Max van Weezel, Wouke van Scherrenburg (beiden politiek commentatoren) en Peter van der Heiden (Centrum voor Parlementaire Geschiedenis) na een lezing van die laatste over dit onderwerp.

Aan de hand van beeldmateriaal kwam de relatie tussen media en politiek goed naar voren in het door het Montesquieu Instituut georganiseerde debat. De bijeenkomst vond plaats in de Campus Den Haag en maakte deel uit van de Zomerconferentie.

Bij de introductie van de televisie in de jaren vijftig leefde de vrees dat de televisie het maatschappelijke en culturele debat zou vervlakken. Het medium televisie is namelijk gericht op spektakel: zonder een wedstrijdelement, of de scheiding tussen goeden en slechten zijn televisieprogramma's niet interessant. Daarnaast moet alles snel zijn. Aan de hand van een aantal fragmenten probeerde Van der Heiden aan te tonen dat ook de politiek aan deze spektakelzucht lijdt.

Het eerste fragment dat Van der Heiden liet zien was een vraaggesprek tussen toenmalig premier Louis Beel en een verslaggever, in Batavia, vlak voor de politionele acties in 1948. De twee stonden op afstand en het gesprek kwam niet verder dan de vraag of de premier een goede reis had gehad. Daartegenover stelde Van der Heiden de entree bij een lijsttrekkersdebat in 2002, waarbij gezinsleden en hobby’s van de politici werden genoemd en zij met een ware show binnen kwamen, onder begeleiding van Henny Huisman. Het verschil kan niet groter.

De bovenstaande filmpjes tonen aan dat de relatie tussen politiek en de media met de introductie van de televisie drastisch is veranderd. De media zijn sneller geworden en de politiek ook. De televisie bracht politici ineens in de huiskamer, waardoor het onvermijdelijk werd dat politici niet alleen op hun deskundigheid, maar ook op hun verschijning werden beoordeeld. Beide partijen zijn oorzaak van deze wederzijdse afhankelijkheid.

Politici hebben zich in de loop der tijd steeds meer aangepast aan de consequenties van televisie. Om te kunnen scoren bedachten ze nieuwe trucs: Wiegel keek de kijker recht aan, terwijl Fortuyn zijn hele privéleven uit de doeken deed. Het gaat om de aandacht van de camera. Het maakt nauwelijks meer uit hoe. PvdA-leider Samsom gebruikte zijn gezin in de verkiezingscampagne van 2012. Politici doen mee aan documentaires en talkshows. Politiek lijkt niet meer te draaien om de taaie processen, maar om de flitsende personen.

Ook de media zijn verantwoordelijk voor de verandering van de relatie tussen televisie en politiek. Politici worden nu opgewacht bij fractiekamers en PowNed probeert politici uit de tent te lokken. Politiek moet immers spektakel zijn. Ongeveer 15 jaar geleden bestond een groot deel van een politiek item uit de politicus die aan het woord was, met hier en daar commentaar; nu speelt vooral commentaar een rol en dient de politicus zijn standpunt te verwoorden in een soundbite. Een lang verhaal is niet meer interessant. Zoals een journalist ooit zei na een uiteenzetting van een politicus: ‘Ontzettend interessant, maar kun je het in één zin zeggen?’

Na de lezing van Van der Heiden vormde hij samen met Max van Weezel en Wouke van Scherrenburg het panel. Zij plaatsten vooral vraagtekens bij het vragenuurtje. In de jaren tachtig was dat nog ingesteld als onderdeel van het transparanter maken van de politiek; tegenwoordig is het vooral een podium voor politici om zich te laten zien. De Kamervragen hoeven niet eens goed te zijn: zolang ze opvallen is de media-aandacht al een feit. Volgens het panel hebben Kamervragen daarom tegenwoordig weinig nut meer. Bovendien zijn de vragen met gemiddeld 3750 euro per stuk aan de dure kant.

Sowieso ligt de nadruk bij de huidige Kamerleden tegenwoordig niet meer op deskundigheid. De meeste deskundige leden zijn vertrokken en het Kamerlidmaatschap wordt vandaag de dag vooral gezien als een springplank voor een mooie carrière. Daarnaast mogen bepaalde Kamerleden niet in de media komen, omdat ze niet mediageniek genoeg zijn of niet over andermans portefeuille mogen spreken. Ook bij de woordvoerders staat scoren dus hoog op de agenda.