Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Maak de Grondwet levend en sprekend

maandag 31 maart 2014, 14:03

DEN HAAG (PDC) - De herzieningsprocedure voor de Grondwet moet worden versoepeld, en de volksinvloed moet worden vergroot. Dat is de kern van het winnende voorstel van de GrondwetStrijd, waarvan de finale op 28 maart plaatsvond tijdens het symposium 'Grondwet: Baken of ballast?'. Het symposium werd onder auspiciën van het Comité 200 jaar Koninkrijk georganiseerd door het Montesquieu Instituut en de Academie voor Wetgeving. Oud Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet leidde op bevlogen wijze de middag.

Vijf finalisten van de GondwetStrijd brachten hun voorstel met een uitstekende presentatie over het voetlicht. De jury koos voor het gecombineerde team van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht met de presentatie van Rik Dekker. Het idee achter de wedstrijd was te proberen burgers meer bewust te maken van het belang van de Grondwet en van wat er komt kijken bij het schrijven van een wet.

Het winnende voorstel beoogde de wijzigingsprocedure van de Grondwet in die zin te veranderen dat alleen in geval van een wijziging in de identiteit van het Nederlandse constitutionele bestel een tweede lezing nodig is. In 'eerste lezing' is dan wel een tweederde meerderheid vereist. De tweede lezing, die ook via een burgerinitiatief met handtekeningen van minimaal 2,5 procent van de kiesgerechtigden is af te dwingen, wordt behandeld in een speciale Grondwetskamer bestaande uit de Staten Generaal en een zelfde aantal door loting aan te wijzen burgers.

De jury, onder voorzitterschap van Joop van den Berg, koos voor dit voorstel, omdat het belang van een versoepeling van de herzieningsprocedure met ruime betrokkenheid van burgers werd verenigd. De winnaars kregen de gelegenheid op 29 maart hun voorstel te presenteren aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De hoofdprijs was een reis voor de hele groep naar Philadelphia.

Van den Berg betoogde dat ook de andere voorstellen van hoog niveau waren. De trainees van de Academie voor Wetgeving pleitten voor een grondrecht over dierenwelzijn en wonnen de tweede prijs. De derde prijs was voor twee studenten uit Groningen, die de volkssoevereiniteit wilden verankeren in de Grondwet. De overige voorstellen gingen over de invoering van een burgereed, die nu alleen verplicht is voor immigranten, en de invoering van een grondrecht ter bescherming van klokkenluiders.

De voorstellen keerden ook terug in de inleidingen van vier uitgenodigde sprekers. Joost Sillen sprak zich duidelijk tegen de invoering van een burgereed uit; Geerten Boogaard pleitte voor een Constitutioneel Beraad, een gezelschap staatsrechtgeleerden om specifieke constitutionele vraagstukken te beantwoorden. Daarmee zou de Grondwet actueel en levend worden gehouden en een weg vinden naar het publieke debat. Uit de discussie met het publiek bleek dat bewustwording van de Grondwet belangrijk wordt geacht; Boogaard denkt dat mensen vooral verwachtingen koesteren van de onderliggende waarden achter de Grondwet. Ook Wytze van der Woude erkende dat het gaat om de waarden achter de Grondwet. Hij was gecharmeerd van het winnende voorstel, omdat het meer legitimiteit en relevantie aan de Grondwet zou geven.

Geplaatst in internationaal perspectief, zou er een Europees integratieproject met verschillende grondwetten en verdragen moeten plaatsvinden. Dat stelde Patricia Popelier in haar betoog. De Grondwet moet bewust omgaan met de toenemende internationalisering, en op uitdrukkelijke wijze deel uitmaken van een meer globale rechtsorde. Net zoals iedereen een nationale en een Europese identiteit kan hebben, hoeven Europese verdragen de Grondwet niet uit te sluiten.

Dat benadrukte ook Ernst Hirsch Ballin, die een reflectie op de voorstellen en inleidingen gaf. Volgens Hirsch Ballin moeten we oppassen voor 'constitutioneel narcisme'; de Grondwet wordt niet onbelangrijk nu Europese wetgeving belangrijker wordt. De Grondwet verschaft waarden, die haar legitimiteit verschaffen doordat deze door ons worden onderschreven. Het gaat echter niet alleen om waarden, maar ook om woorden: de Grondwet blijft levend als haar inhoud wordt besproken.