Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De Volksvertegenwoordiging?

Henk te Velde: Balans van 200 jaar Tweede Kamer 

De Tweede Kamer als fiere, zelfbewuste Volksvertegenwoordiging? Als Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden, de tweehonderd jarige geschiedenis van het parlement overziet, valt hem op hoezeer de Tweede Kamer de ‘onverbeterlijke neiging’ heeft ‘zichzelf als volksvertegenwoordiging weg te cijferen’.

‘Anders dan in Engeland en zelfs Frankrijk, presenteert de Tweede Kamer zich niet als 'De Volksvertegenwoordiging', signaleert hij. ‘Het Nederlandse parlement heeft van oudsher een quasi bestuurlijke inslag, bijna onderdeel van de regering. Die volksvertegenwoordigende rol is zwak ontwikkeld.’ Om er aan toe te voegen: ‘Het tekent de bescheidenheid dat het tweehonderdjarig bestaan voor de Tweede Kamer geen aanleiding is voor een groots feest.’

Zestien gezaghebbende wetenschappers hebben onder redactie van Te Velde en zijn collega’s Carla van Baalen (Nijmegen) en Remieg Aerts (ook Nijmegen), en met ondersteuning van Joris Oddens en Diederik Smit, de opdracht gekregen om de tweehonderdjarige geschiedenis van de Tweede Kamer te beschrijven. Dat heeft geleid tot een kloek boek: In dit Huis.

Volgende maand, op 16 oktober, viert de Staten-Generaal het tweehonderd jarig bestaan. Op die dag kwam de Tweede Kamer voor het eerst in Den Haag bijeen. Vandaag, 21 september, vergaderde de Staten-Generaal van het pas gevormde Koninkrijk der Nederlanden in Noord en Zuid voor de allereerste keer: in Brussel.

Veranderingen?

‘In de staatsrechtelijke kern is de Tweede Kamer niet veranderd’, zegt Te Velde. ‘Het is een parlement binnen een constitutionele monarchie, gekozen, openbaar, een platform voor onafhankelijke discussie. Zelfs de manier waarop is in die jaren niet wezenlijk veranderd. Wat opvalt is de vrij rustige manier van debatteren. Dat we ons nu wel eens zorgen maken over de toonhoogte, laat vooral zien hoe zeer die bezonken debatstijl onderdeel van het parlement is geworden.’

Maar achter die gevel gaan volgens Te Velde veel veranderingen schuil. ‘Wat vooral opvalt, is hoe veel groter het instituut is geworden’, zegt hij. ‘Met name vanaf de jaren ’60 van de twintigste eeuw is de Kamer uitgegroeid tot een enorm ambtelijk apparaat. Vergelijk dat eens met die paar mensen, niet veel meer dan de Griffier, die tweehonderd jaar geleden aan het Binnenhof werkten.’

‘Veranderingen in de Tweede Kamer hebben zich voltrokken langs lijnen van geleidelijkheid’, zegt Te Velde. ‘Natuurlijk zijn er breuken. De grondwetsherziening van 1848 was er één, de doorwerking van het algemeen kiesrecht een andere. Maar van veel veranderingen, zoals de uitbreiding van de ambtelijke ondersteuning en de uitbreiding van het aantal Kamerleden tot 150, werden de effecten pas achteraf duidelijk.’

Tradities

Ondanks zichzelf spelen tradities binnen de Kamer een belangrijke, taaie rol. ‘Nederland doet alsof het niet zo aan tradities hangt’, zegt Te Velde. ‘Maar we kennen veel impliciete tradities. Ook binnen de Tweede Kamer. ‘Zo doen we dat, zo hoort dat...’ Dat soort informele regels leiden een lang leven. Kijk maar naar debatten.’

Ook de huisvesting van de Tweede Kamer ademt continuïteit. ‘Natuurlijk, aan het einde van de twintigste eeuw heeft de Kamer een nieuwe vergaderzaal betrokken, onderdeel van een grootscheepse verbouwing. Maar die operatie heeft, ondanks alle fraaie verhalen over transparantie en democratisering, nauwelijks invloed gehad op de positionering van de Kamer. Als volksvertegenwoordiging is ze tamelijk ingetogen gebleven. De Tweede Kamer staat nog steeds niet op het marktplein.’

Kritiek

Over kritiek op de Tweede Kamer doet Te Velde een beetje schouderophalend.

 ‘Ach, dat is van alle tijden. Al vrij snel kwam er kritiek, kritiek die nog steeds bestaat: er wordt te veel gepraat en te weinig geluisterd. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd soms al echt gesomberd: als de Kamer zo doorgaat, is ze ten dode opgeschreven…’

De Tweede Kamer staat er nog steeds. ‘Er is veel kritiek op de politiek, maar niemand wil de Tweede Kamer afschaffen. Dat ligt anders voor de Eerste Kamer. Maar je kunt vaststellen dat de Tweede Kamer een onomstreden bezit is. Al was het alleen maar omdat er geen alternatief is. Er wordt gefilosofeerd of zelfs geëxperimenteerd met aanvullingen, zoals lotingen of referenda. Maar niemand wil van de Tweede Kamer af.’

Verschuiving

Er is eerder een versterking gaande, meent te Velde. ‘Door allerlei moderne ontwikkelingen - media, populisme - komt de Tweede Kamer veel meer in beeld. Natuurlijk wordt er-om-heen - in talkshows, in de wandelgangen, in zaaltjes - meer aan politiek gedaan. Maar die verschuiving laat onverlet dat er ergens een formele plek moet zijn waar na debat de besluitvorming plaats heeft. Dat kan niet anders zijn dan zoiets als de Tweede Kamer.’

Ook het populisme van de PVV ziet Te Velde niet als een bedreiging. ‘Wilders is afhankelijk van de Tweede Kamer - als instituut, als platform, als forum - om politieke steun te verwerven.’

Er is wel een andere verschuiving gaande, signaleert Te Velde. ‘De politieke besluitvorming komt stap voor stap op grotere afstand te staan van wat in de Tweede Kamer wordt gezegd’, meent hij. ‘Veel meer zaken worden gedaan in Brussel en daarnaast is een decentralisatie naar gemeenten gaande. Dat verzwakt de rol van de Tweede Kamer als medewetgever en als medebestuurder die toch al taande. Door die ontwikkelingen zal ze zich meer en meer ontwikkelen tot forum voor discussie.’ Dat wordt versneld door het opgestoken populisme. ‘Het parlement, zeker de Tweede Kamer, staat bloot aan het verwijt dat het te dicht op de regering zit. Monisme, strakke regeerakkoorden, het volgen van de kabinetsagenda… Om te laten zien dat de Kamer geen onderdeel van die ‘elite’ is, groeit de neiging om zich meer te gelden als zelfstandig, kritisch forum. Wellicht leidt het tot een (her)ontdekking van de meest ondergewaardeerde rol van de Tweede Kamer – als De Volksvertegenwoordiging.’

Interview afgenomen door Jan Schinkelshoek, directeur communicatiebureau "Schinkelshoek & Verhoog", redacteur De Hofvijver.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 september 2015.