Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Verkiezingsdebatten als diener van de democratie

donderdag 16 maart 2017, Rob Honig, directeur DebatUnie

Ook in deze verkiezingen hebben de media hun best gedaan om de verkiezingsstrijd begrijpelijk en aantrekkelijk in beeld te brengen. Het komt dan goed van pas dat verkiezingen niet alleen gaan over complex beleid, maar ook om een machtstrijd tussen de partijen. Om dat nog simpeler te maken worden die partijen vaak teruggebracht tot lijsttrekkers; of zelfs tot een paar personen in een nek-aan-nekrace om het premierschap. De verkiezingen bespreken als een wedstrijd tussen personen maakt het onderwerp toegankelijker en spectaculairder voor de kijkers. Na afloop van ieder lijsttrekkersdebat op tv is het gebruikelijk dat er winnaars en verliezers worden aangewezen. Meestal gebruiken media commentatoren en peilingen om te komen tot een erepodium. In de serieuzere besprekingen moet plichtmatig worden toegevoegd dat het "natuurlijk allemaal geen spelletje is"; het gaat immers om de toekomst van het land. Het moet dus niet enkel gaan om retoriek, humor en one-liners, oftewel vorm, maar natuurlijk ook over inhoud.

Tot zover de open deuren. Er is naast vorm en inhoud een derde aspect waarop debatten kunnen worden beoordeeld, dat helaas zelden aan bod komt. In de wereld van de debatsport staat dit aspect bekend als: engagement (in het Engels uitgesproken). Dit criterium biedt een belangrijk perspectief om debatten kwalitatief te beoordelen. Hierbij staat de vraag centraal hoe verkiezingsdebatten de kiezer, en daarmee de democratie, zo goed mogelijk dienen.

Beoordelingscriteria

Wanneer lijsttrekkers met elkaar in debat gaan, zullen zij elkaar niet kunnen overtuigen. Dat hoeft ook niet, debatten zijn immers altijd bedoeld voor het publiek. Het belang van dit publiek zou daarom een logisch uitgangspunt zijn om de kwaliteit van een debat te beoordelen. Bij verkiezingsdebatten wil het publiek bovenal worden geïnformeerd bij de stemkeuze. Verkiezingsdebatten zouden kiezers dus inzicht moeten geven in de politieke dilemma’s die spelen en de mogelijke keuzes die daarbij gemaakt kunnen worden. Om dat inzicht te verwerven is het noodzakelijk dat de debaters het met elkaar oneens zijn. Zolang de debaters het oneens zijn, blijven zij elkaars punten betwijfelen, bevragen en weerleggen. Idealiter dwingen zij elkaar gedurende het debat met kritiek tot steeds betere onderbouwing. Het publiek profiteert als derde partij van deze interactie; de standpunten en verschillen komen daardoor helder in beeld en onderliggende argumenten komen zo naar de oppervlakte. Ieder argument moet in het debat worden blootgesteld aan kritiek, zodat het publiek beter kan bepalen hoe belangrijk en aannemelijk. Dit ideaaltype van een debat kunnen wij gebruiken als kwalitatieve maatstaf. De kernvraag daarbij is in hoeverre het debat het inzicht heeft vergroot bij het publiek. Met een vijftal onderliggende vragen kan dit concreter worden vastgesteld:

  • 1) 
    Zijn de partijen in het debat het werkelijk met elkaar oneens geweest?
  • 2) 
    Is duidelijk geworden wat de standpunten van de partijen zijn?
  • 3) 
    Is duidelijk geworden wat precies de argumenten zijn?
  • 4) 
    Zijn de partijen op alle argumenten van elkaar ingegaan?
  • 5) 
    Is bij alle argumenten duidelijk wat de kritiek is?

Dienen van de democratie

Wanneer in nabeschouwingen van verkiezingsdebatten behalve voor vorm ook aandacht is voor de inhoud, ligt de nadruk daarbij vaak op vraag 2 en 3. Lijsttrekkers hebben zich goed voorbereid op de debatten en zijn daardoor gefocust op het brengen van het eigen verhaal. Het “zenden” van informatie vormt daardoor een groot aandeel van de spreektijd in verkiezingsdebatten. Zoals eerder al vastgesteld is interactie in verkiezingsdebatten zeer belangrijk om kiezer te bedienen. Daarom mag engagement (vervat in vragen 1, 4 en 5) als criterium niet ontbreken bij de beoordeling van debatten. Immers: wanneer dan winnaars in verkiezingsdebatten worden aangewezen, worden zij tenminste beloond voor het bedienen van de kiezer en daarmee het dienen van onze democratie.

1.

Deze bijdrage stond in