Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Terugkijken op de eerste week van de kabinetsformatie.

maandag 27 maart 2017, Anne Bos, Centrum voor Parlementaire Geschiedenis Nijmegen

1.

Interview met formatiekenner Carla van Baalen

Afgelopen vrijdag berichtte het Centraal Planbureau dat de Nederlandse economie er goed voor staat. De economische groei en het begrotingsoverschot blijven toenemen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde dat de overheid het afgelopen jaar 2,9 miljard euro overhield op de begroting. Is dit nieuws van invloed op de kabinetsformatie?

Ja, de stand van de economie is natuurlijk altijd van invloed op de formatie. In de conclusie van ons boek Kabinetsformaties 1977-2012 schreven Alexander van Kessel en ik dat het wel leek of de Nederlandse economie er na verkiezingen altijd zorgelijk voorstond, gezien de toonzetting in de opdrachten aan en mededelingen van de informateurs. Die formuleringen hadden vooral ten doel om besef van urgentie te demonstreren en de geesten rijp te maken voor ingrijpende bezuinigingen. De onderhandelingen gingen dan ook vaak over de vraag waarop bezuinigd moest worden. In 2003 bleek bij aanvang van de onderhandelingen dat het gat in de begroting veel groter was dan verwacht; er moest voor een bedrag van ongeveer 15 miljard euro worden bezuinigd, wat een enorme tegenvaller voor de onderhandelaars was. Het lijkt nu makkelijker, maar ook als het goed gaat blijft het lastig afwegen wat haalbaar en betaalbaar is en waar de prioriteiten liggen; die laatste zijn namelijk niet voor elke partij hetzelfde. En voor je het weet komt er een tegenvaller, zoals dat bijvoorbeeld in 1989 het geval was.

Kan een gunstige stand van de economie het formatieproces versnellen of juist vertragen?

Ik denk niet dat de economische toestand een doorslaggevende factor is voor de duur van de formatie. Je kunt zeggen: bij een gunstige stand ontbreekt de noodzaak om snel met maatregelen te komen dus we doen het rustig aan, maar evengoed kun je stellen dat de tijd nu rijp is voor ‘kostbare’ investeringen in de zorg of het klimaat. Veel belangrijker voor de duur van een formatie zijn in de eerste plaats de getalsmatige verhoudingen in de Kamers: met meerdere partijen duurt het over het algemeen langer. En in de tweede plaats de persoonlijke verhoudingen tussen de onderhandelaars. Als het klikt kan het snel gaan, ook al is in de campagnetijd over en weer lelijk tegen elkaar gedaan.

Een terugblik op de eerste week. Edith Schippers werd door de Tweede Kamer aangewezen als verkenner. Was dat een verrassing?

Ja, omdat nog niet eerder een vrouw in die positie is benoemd. Maar áls het een vrouw zou worden dan was Schippers de meest aangewezen persoon. Er is in het verleden vaak geroepen dat een vrouw eens de rol van informateur of verkenner moest krijgen maar het kwam er nooit van. Marga Klompé was er in 1967 - dus vijftig jaar geleden – dichtbij. De KVP schoof haar naar voren als mogelijke ‘informatrice’ en zag in haar ook een formateur en minister-president. Daar kwam het niet van, Piet de Jong werd premier. Achteraf verklaarde Klompé dat Nederland nog niet toe was aan een vrouwelijke minister-president. Overigens zijn er verder tot nu toe weinig vrouwen bij de formatie betrokken: de vier fractievoorzitters die nu gaan onderhandelen zijn mannen en zij nemen bijna allemaal een man mee als secondant, uitgezonderd GroenLinks. Dat is opmerkelijk: op alle kieslijsten stond een vrouw op nummer 2.

Welke parallellen met het verleden zijn tot nu toe zichtbaar geworden?

Iedere formatie is uniek, maar ik zie twee gelijkenissen. In 2003, in de tweede fase van de formatie, zaten de partijen van wat nu het ‘motorblok’ wordt genoemd ook om tafel. Destijds had deze combinatie van CDA, VVD en D66 wel een meerderheid in de beide Kamers. In 1967 zaten ook vier partijen om tafel, maar die vertoonden onderling veel minder grote verschillen dan de combinatie die nu gaat onderhandelen.

Wat zijn de belangrijkste lessen uit de voorgaande kabinetsformaties?

Met stip: het handhaven van radiostilte. Lekken en spinnen vertraagt de procedure enorm en het bederft de sfeer aan de onderhandelingstafel. Het draait vooral om het winnen van vertrouwen en daarom ook is het belangrijk dat er bij contact met de pers goed wordt afgestemd wat men gaat zeggen. De tweede maar niet minder cruciale les: gun de ander wat. Onderhandel niet met het mes op tafel, trek de ander niet het vel over de neus, maar speel het spel van geven en nemen. Dat is de belangrijkste les van de formatie van 1977, de moeder aller formaties.

‘Het is roulette, patience en bridge ineen’, aldus een ‘een bron’ in de Volkskrant over het onderhandelingsproces. Ook in het boek over de kabinetsformaties in de periode 1977-2012 komen verschillende metaforen naar voren: de formatie wordt vergeleken met een huwelijk, oorlog en sport. Er wordt geschaakt, gepokerd of gezwartepiet. Welke metafoor vind jij het beste passen?

De metaforen passen nooit helemaal maar ze zijn vaak wel verhelderend voor een groter publiek. Zwartepieten past niet, dat is iets wat pas achteraf plaatsvindt. Roulette ook niet, want dan laat je het lot beslissen. Het lijkt misschien nog het meest op Mens-erger-je-niet. Je probeert iedereen binnen te krijgen, maar onderweg zijn er irritaties, bijvoorbeeld omdat onderhandelaars last minute nog met iets nieuws aankomen. Je kunt van het bord worden gegooid en spelers kunnen doodmoe raken, ze hebben immers ook al een intensieve verkiezingscampagne achter de rug. Maar bij Mens-erger-je-niet wordt niet onderhandeld, er is geen ‘mag ik van jou, dan krijg jij…’ Dan kom ik dus uit bij kwartetten, heel toepasselijk bij dit viertal.

Durf je een voorspelling te doen over de uitkomst van deze formatie?

Direct na de verkiezingen leek mij de combinatie die nu gaat onderhandelen de meest voor de hand liggende eerste stap. Ik heb toen de verwachting uitgesproken dat GroenLinks zal worden ingewisseld voor de ChristenUnie. Dat is voor D66 minder aantrekkelijk omdat er dan twee christelijke partijen in de coalitie zitten. Mocht deze combinatie ook mislukken, dan zal worden gekeken naar een minderheidskabinet. Dat is wel riskant omdat er dan een meerderheid ontbreekt in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Dan ligt de optie open dat de PvdA weer aanschuift. We zijn dan vermoedelijk drie maanden verder; het ‘ons past bescheidenheid’ dat Asscher nu verkondigt kan dan plaatsmaken voor ‘het land moet geregeerd worden’. Vooralsnog zet ik in op VVD-CDA-D66-CU.

2.

Deze bijdrage stond in