Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Hebben de spanningen met Turkije de verkiezingen beïnvloed?

maandag 27 maart 2017, Philip van Praag, politicoloog Universiteit van Amsterdam

Journalistiek Nederland heeft vanaf het eerste verkiezingsdebat gewacht op de gamechanger in de campagne. Die kwam er niet: de politieke krachtsverhoudingen werden niet drastisch veranderd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in 2012 toen Samsom na het premiersdebat bij RTL aan een opmerkelijke opmars in de peilingen begon. De recente campagne was misschien wel inhoudelijk, maar voor de media ook een beetje saai.

Dat veranderde op de zaterdag voor de verkiezingen. De grote spanningen met Turkije domineerde vanaf dat moment het nieuws. De Turkse minister van Buitenlandse zaken van Turkije kreeg geen landingsrechten, een andere minister van Erdogan die per auto naar Nederland kwam werd tot ongewenste vreemdeling verklaard en in Rotterdam vonden ongeregeldheden plaats rond het Turkse consulaat. De Turkse president Erdogan heeft deze confrontatie ongetwijfeld bewust gezocht om meer steun te krijgen over zijn referendum over de invoering van een presidentieel stelsel. Het roept de vraag of dit in Nederland de verkiezingsuitslag heeft beïnvloed, bijvoorbeeld ten gunste van de VVD van premier Rutte of voor de PVV van Wilders.

Verkiezingen in 1977

Een vergelijking met de verkiezingen van 1977 kan enig licht werpen op de mogelijke effecten. Op maandag 23 mei, twee dagen voor de verkiezingen van dat jaar, vonden er in Drenthe twee kapingen plaats door Molukse jongeren. De campagne werd stopgezet, het slotdebat ging niet door en premier Den Uyl (lijsttrekker PvdA) en vicepremier Van Agt (lijsttrekker CDA) verschenen alleen nog in de media in verband met de gijzelingen. Twee dagen later was de opkomst ongekend hoog met 88 procent en won de PvdA glansrijk de verkiezingen met tien zetels winst. Dat was meer dan de laatste peilingen enkele dagen eerder hadden aangegeven. De conclusie was snel getrokken, de winst vloeide voort uit de behoefte van veel kiezers om het leiderschap van Den Uyl in tijden van crisis te ondersteunen. Een te gemakkelijke conclusie. De PvdA zat al enkele maanden in de lift en was in de laatste peilingen al groter dan het CDA. De stijgende trend voor de PvdA werd slechts versterkt door de kaping, meer niet.

Opvallende vergelijking

De parallellen met de crisis in de relatie met Turkije zijn opvallend. De campagne werd nu niet stil gelegd, maar de spanning met Turkije werd een belangrijke thema. Het daadkrachtige optreden van het kabinet onder leiding van Rutte ontving brede steun. De opkomst van 82 procent op 15 maart, beduidend hoger dan verwacht, is waarschijnlijk mede door de ontwikkelingen in het weekend veroorzaakt.

Het meest opmerkelijk is de sterke stijging van het vertrouwen in Rutte als premier. Tien dagen voor de verkiezingen had in een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en de Volkskrant 42 procent van de ondervraagden veel tot zeer veel vertrouwen in Rutte als premier. Dat was meer dan in januari, maar voor een zittende premier een lage score. In de dagen direct na de verkiezingen blijkt uit het vervolgonderzoek dat het vertrouwen gestegen is tot 58 procent, waarmee Rutte uiteindelijk ver voor lag op zijn naaste concurrenten Pechtold en Buma. Het vertrouwen in Wilders daalde daarentegen iets. Net als in 1977 lijkt de trend, die licht positief was voor de VVD, door de ontwikkelingen in het weekend versterkt.

Denk profiteert

Het kon Erdogan niet schelen of Rutte baat had bij de confrontatie, wel raadde hij Nederlanders met een Turkse achtergrond nadrukkelijk af om op Rutte of Wilders te stemmen. Wat hij ongetwijfeld wel toejuicht is dat DENK met drie zetels in het parlement is gekozen. Niet alleen wordt deze nieuwe partij beheerst door Nederlanders met een sterke verbondenheid met Turkije, de leiders onthouden zich van elke kritiek op het beleid van Erdogan. DENK heeft zijn drie zetels niet te danken aan de diplomatieke rel -in veel peilingen stond de partij al op een of twee zetels- maar het heeft haar sympathisanten zeker gemotiveerd te gaan stemmen. Ook hier gaat het om het versterken van een trend. De confrontatie met Turkije vlak voor de verkiezingen blijft opmerkelijk. Er zijn geen andere voorbeelden van een buitenlands staatshoofd dat op deze wijze direct invloed heeft gehad op de Nederlandse verkiezingen.

1.

Deze bijdrage stond in