Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De derde woensdag van mei: een interview over Verantwoordingsdag.

maandag 27 mei 2019, 13:00, Interview van Eva Hillmann met Jan van Zijl

Sinds 2000 presenteert de minister van Financiën elk jaar op de derde woensdag van mei de jaarverslagen van de ministeries aan de Staten-Generaal. In deze verslagen leggen de ministeries verantwoording af over de financiën en het gevoerde beleid van het afgelopen jaar. Ook publiceert de Algemene Rekenkamer op deze dag haar verslag van de controle op de jaarverslagen van de ministeries. Wanneer het financiële beleid niet de beoogde resultaten heeft opgeleverd, kan het beleid worden aangepast. Na het debat over de jaarverslagen, stelt het kabinet de begroting voor het komende jaar op. Deze begroting wordt dan weer aangeboden aan de Staten-Generaal op de derde dinsdag van september: Prinsjesdag.

Visie

Voormalig Tweede Kamerlid Jan van Zijl (PvdA) was twintig jaar geleden initiatiefnemer van deze Verantwoordingsdag. Van Zijl zat in de werkgroep die onderzocht hoe de Kamer het kabinet beter ter verantwoording kon roepen. Zo is in 2000 Verantwoordingsdag tot stand gekomen.

"Ik zag Verantwoordingsdag als een logische tegenhanger van Prinsjesdag. Dan kijkt het parlement één jaar vooruit en aan de hand van jaarverslagen beoordeelt het op Verantwoordingsdag of er iets van het beleid terecht is gekomen. Deze beoordeling kent twee invalshoeken. Ten eerste de rechtmatigheidskant: gebeuren er geen frauduleuze dingen en is het geld op correcte wijze uitgegeven? De andere, politiek veel interessantere kant is doelmatigheid. Je hebt als kamer beleid voor ogen en is dat dan zo uitgepakt als je je had voorgesteld?

Als voorbeeld. Je spreekt af dat er in het nieuwe begrotingsjaar 1000 extra agenten moeten komen. Dan kun je tellen of dat aantal ook écht gerealiseerd is. Maar het doel erachter is er één van een hogere orde, namelijk meer veiligheid. Is dat ook gelukt met die extra agenten? Dit is politiek veel interessanter. De Rekenkamer let hier gelukkig steeds meer op, maar de Kamer pakt dit niet voldoende op stelt van Zijl.

"Wat ik voor ogen had bij het invoeren van Verantwoordingsdag, was om niet alleen de financiële kant te beoordelen maar vooral ook om te kijken of het gevoerde beleid effectief is. Hier zou het debat over moeten gaan. De Kamer heeft vervolgens tot september de tijd om te bepalen of en hoe de tekortkomingen in het beleid kunnen worden bijgestuurd in de nieuwe begroting. Zo is Verantwoordingsdag in beginsel een prachtig politiek instrument".

Behaalde resultaat

Volgens van Zijl is Verantwoordingsdag echter nog niet geworden wat hij oorspronkelijk in gedachten had. "Tot 2008 was Verantwoordingsdag een soort couveusekind. Men wist in de kamer onvoldoende wat men ermee aan moest en er werd zelfs gesproken over afschaffing. Dat laatste lijkt nu van de baan, maar de verantwoordingscyclus als politiek instrument behoeft nog altijd veel aandacht".

Van Zijl geeft daarvan een paar illustraties. "De Rekenkamer constateerde dit jaar dat veel geld dat bedoeld was om uit te geven aan o.a. defensie, onderwijs, zorg en infrastructuur, op de plank is blijven liggen. Dit zou onder meer komen door de krappe arbeidsmarkt en omdat het nu eenmaal veel tijd kost om bepaald materiaal voor bijvoorbeeld defensie aan te schaffen. Ook stroperige besluitvorming is vaak een oorzaak. Dit had de politiek van te voren echter allemaal kunnen bedenken. Zij heeft dus ingestemd met beleid dat de facto niet uitvoerbaar is". Zo redeneert van Zijl. Daarover alleen al kun je een debat voeren in de kamer.

Nog interessanter is de vraag wat er dan gebeurt met al dat geld dat op de plank is blijven liggen. Stoppen we dit in de staatsschuld? In achterstallig onderhoud van de infrastructuur? Armoedebestrijding? Dit zijn allemaal politieke vragen waar een prachtig en meeslepend debat over gevoerd kan worden. De linkerkant van de politiek zal hier waarschijnlijk een andere mening over hebben dan de rechterkant. Maar dit debat komt er vervolgens niet. Hij stelt dat kleine dingen in de media en politiek vaak worden opgeblazen, terwijl het hier gaat over grote kwesties, met enorme impact voor burgers. En zo moeilijk hoeft het niet te zijn. De ingrediënten voor het debat worden door de Rekenkamer op een presenteerblaadje aangereikt.

Van Zijl zegt te begrijpen dat het gebrek aan politieke belangstelling voor een deel komt door de cijferbrij en de lengte van de verslagen: er zijn gevallen bekend van jaarverslagen van maarliefst 10.000 pagina's. Hierdoor haken politici snel af en is het voor de media ook niet al te spannend. Hier ligt volgens van Zijl een taak voor de Rekenkamer om de kamer door de stukken heen te geleiden, maar ook om het kabinet te dwingen meer te focussen op wat echt belangrijk is. Maar ook de Kamer zelf zou moeten protesteren tegen onhanteerbaar dikke stukken.

De toekomst

"Verantwoordingsdag blijft als een lastig opgroeiende puber", verbeeldt van Zijl mooi. Maar het is inmiddels zo verankerd in de werkwijze van de Kamer dat hij niet verwacht dat het snel zal worden afgeschaft. "Maar", stelt hij, "de organisatie van de werkzaamheden moet en kan beter. Een hoopvol initiatief kwam van voormalig Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD). Hij heeft vorig jaar bedacht dat elke commissie twee rapporteurs benoemt: één uit de coalitie en één uit de oppositie. Die maken een rapportage over de verslagen met behulp van Rekenkamerwerk en eigen onderzoek, om per begrotingshoofdstuk aan te geven wat de politiek interessante onderwerpen zijn. Dit zou kunnen helpen. Maar uiteindelijk is het de Kamer die zelf politiek moet maken".

Jan van Zijl was Kamerlid voor de PvdA tussen 1989 en 2000.

1.

Deze bijdrage stond in