Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Haperend Europa maakt oude belofte waar

maandag 30 maart 2020, 13:00, column van Ruben Sansom

Dit artikel is onderdeel van de debatpagina Coronacrisis: solidariteit in de Europese Unie? Bekijk ook de andere bijdragen.

Het is een cliché om te stellen dat de Europese politiek voor veel Europeanen een ver-van-mijn-bedshow is. Toch klinkt sinds het uitbreken van de Coronacrisis uit steeds meer hoeken de vraag naar Europese hulp. Nu het hele continent met dezelfde crisis worstelt, kan de Europese Unie haar waarde voor de burgers voor eens en altijd bewijzen, is de overheersende gedachtegang.

Het uitblijven van de verwachte steun en coördinatie heeft desastreuze gevolgen voor de publieke opinie over het al-niet-altijd-even-populaire statenverbond. Bijna negen op de tien Italianen vindt dat de EU hun land onvoldoende geholpen heeft en 67 procent van de bevolking is van mening dat het EU-lidmaatschap nadelig is voor Italië: 20 procent meer dan in november. Ook de reacties vanuit de media liegen er niet om. Arnon Grunberg schrijft in de Volkskrant nog nooit zo somber over de EU te zijn geweest. Politico spreekt van een 'incompetence pandemic' en haalt daarbij hard uit naar de Europese Commissie, die er niet in zou slagen bij te dragen aan een gecoördineerde aanpak van de crisis.

Maar is de EU werkelijk zo ineffectief in het coördineren van de crisis als wordt gesuggereerd? Er zijn absoluut grote gebreken aan te wijzen in de aanpak tot nu toe. Maar er gebeuren ook dingen wél. Om inzicht te krijgen in de verbeterpunten, is het van belang ook in te zien wat er goed gaat maar door velen voor lief wordt genomen.

Niet mooi, maar wel effectief

Door de Coronacrisis worden hypothetische situaties plotseling werkelijkheid. We hoeven ons niet langer af te vragen hoe het zou zijn om volledig digitaal te werken of om uitsluitend via sociale media met vrienden te communiceren. Dat geldt ook voor een belangrijke hypothetische functie van de EU: het beschermen van Europese mensenlevens. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog moest het 'Europese project' een einde maken aan gewapende conflicten: conflicten waarbij Europese landen door het nastreven van hun individuele doelen de levens van eigen burgers en die van andere landen in gevaar brachten. Dat gebeurde toen door de voor oorlog belangrijke grondstoffen (kolen en staal) onder gezamenlijk beheer te plaatsen.

In 2012 ontving de EU de Nobelprijs voor de Vrede. Zij leek daarom met vlag en wimpel te zijn geslaagd in haar missie, maar de vraag of de EU werkelijk crises met een groot verlies aan Europese levens had voorkomen kon niemand met zekerheid beantwoorden. Zou er, ook zonder het bestaan van de EU, ooit zo'n crisis zijn ontstaan? Meer dan speculeren kunnen we niet.

De verspreiding van het Coronavirus is geen aanleiding tot een gewapend conflict. Maar het blijkt voor sommige landen wel een aanleiding te zijn tot het nemen van maatregelen die direct resulteren in het verlies aan mensenlevens in andere landen. Neem Duitsland en Frankrijk, die de export van medische hulpmiddelen aan Italië, waar ze hoognodig zijn, wilden stopzetten. Of de Verenigde Staten, waar president Trump zich wil beroepen op een wet uit 1950 om alle medische hulpmiddelen die in het land worden geproduceerd daar ook te houden. Zo ook de beademingsapparatuur van Philips waar Europese ziekenhuizen van afhankelijk zijn. Internationale samenwerking blijkt iets voor tijden van voorspoed. In een crisissituatie keert ieder land naar binnen toe. De poort wordt letterlijk gesloten.

Ook de Europese samenwerking stond duidelijk onder druk. Bij aanvang van de crisis gingen veel grenzen dicht: niet alleen voor personen, maar ook voor medische apparatuur. Even oogde de Commissie machteloos. Na zeventig jaar voorzichtige integratie leek het doel nog altijd niet bereikt: lidstaten kozen voor zichzelf en brachten elkaar daarmee in ernstige problemen. Was er dan niks van de plannen van Monnet en Schuman terechtgekomen?

Maar toen kwam er langzaam maar zeker een Europees antwoord op gang. Soepel was het niet: Lagarde blunderde in haar speech door de maatregelen van de ECB beperkter te doen lijken dan ze daadwerkelijk waren; Von der Leyen verkondigde trots dat het Corona response team van de Commissie maar liefst 'één keer per week' bij elkaar kwam. Toch hebben Frankrijk en Duitsland sindsdien miljoenen mondkapjes en ander beschermingsmateriaal naar Italië verscheept. Het internationale goederenverkeer, cruciaal in crisistijd, loopt alweer stukken beter. Dat is mede te danken aan de Green Lanes: een initiatief van de Commissie. Dinsdag namen een aantal Duitse ziekenhuizen zelfs patiënten uit Italië op. Niet het gezamenlijke beheer van kolen en staal, maar de interne markt en de fundamentele vrijheden – het vrije verkeer van mondkapjes, beademingsapparatuur en soms zelfs patiënten – blijken nu mensenlevens te kunnen sparen.

Solidariteit begint bij de burger

De economische steunpakketten zijn voornamelijk nationaal, maar dat zou in de lijn der verwachting moeten liggen. Slechts een fractie van ons belastinggeld gaat naar de EU, die geen mandaat heeft om zich met de gezondheidszorg of de nationale economieën te bemoeien. De roep om een Europese aanpak van de crisis zou daarom ook geen verzoek moeten zijn om een uitgewerkt plan met hapklare maatregelen. De ware Europese aanpak ligt in het op elkaar afstemmen van de nationale benaderingen, zodat ze elkaar versterken in plaats van verzwakken.

Dat wil niet zeggen dat de kritiek op het ontbreken van een Europese aanpak van de crisis geheel misplaatst is. Het zou wel degelijk voordelig zijn geweest als de crisis van begin af aan centraal gecoördineerd was. Het is daarom ook niet ondenkbaar dat de uitbraak van het Coronavirus uiteindelijk zal resulteren in nieuwe bevoegdheden voor de EU.

Gemakkelijk zal dit echter niet gaan. Een verder geïntegreerd bestuur is immers alleen duurzaam in een Europa waar de burgers en bestuurders zelf solidair met elkaar zijn. De eerste reflexen bij het aanbreken van de crisis verraadden onze instinctieve prioritering van het nationale. EU-burgers zijn we duidelijk nog niet, ook niet wanneer heel Europa een gemeenschappelijke vijand tracht te bedwingen. De Coronacrisis maakt nog maar eens pijnlijk duidelijk dat op gebied van Europese solidariteit nog een lange weg te bewandelen is, nog velen malen langer dan Monnet in 1950 had kunnen bedenken.

Ruben Sansom was werkzaam op de centrale redactie van PDC en in die functie betrokken als redacteur van de Hofvijver. Tegenwoordig is hij Trainee European Affairs bij VNO-NCW te Brussel.

Dit artikel is onderdeel van het forum 'Coronacrisis: solidariteit in de Europese Unie?'. Volg hier het hele debat.