Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

‘Dat had niet zo gemoeten!’

maandag 30 maart 2020, 13:00, Roel Bekker

De afgelopen twee, drie jaar heb ik hard gewerkt aan een boek over fouten en mislukkingen van de overheid. Naar mijn mening een belangrijk en onderbelicht onderwerp. Er is altijd veel kritiek op de overheid en fouten worden vaak breed uitgemeten. Maar dikwijls meer op basis van emotie of op grond van politieke overwegingen en niet op basis van rationele analyses. Het accent ligt bovendien sterk op uitvoeringsfouten en veel minder op mislukt strategisch of tactisch beleid. Hoogtepunt is altijd als een bewindspersoon moet aftreden, maar het lijkt alsof na een dergelijk offer het leven gewoon doorgaat. De vinger gaat nogal eens naar de ambtelijke dienst maar het beleid blijft buiten schot. Alle aanleiding om daar eens aandacht aan te geven.

Ten behoeve van mijn boek heb ik circa 100 missers van uiteenlopende aard geanalyseerd en tien uitgebreid beschreven. Ik heb het over strategische mislukkingen zoals verkeerde, ondoordachte of uitgewerkte stelsels. Maar ook tactische fouten zoals de HSL Zuid en uitvoeringsfouten zoals bij Justitie of de Belastingdienst. Ik probeer vooral er achter te komen wat de achterliggende oorzaken zijn geweest. Daarbij maak ik een onderscheid naar oorzaken die inherent zijn aan de overheid en oorzaken die in het algemeen horen bij grote organisaties. Bij de eerste gaat het dan bijvoorbeeld om het politieke systeem, met kenmerken als haast, beeldvorming en compromissen, stuk voor stuk factoren die bij mislukkingen een rol spelen. Of om gebreken in de politiek-ambtelijke verhoudingen, inclusief politici die ambtenaren verwijten dat ze niet voldoende politieke sensitiviteit hebben en ambtenaren die cynisch worden van het politieke gedoe. Bij de tweede groep gaat het om bijvoorbeeld bureaucratie, verkokering, slecht management en slecht personeelsbeleid. Thema’s die je ook bij disfunctionerende bedrijven ziet en die niet uniek zijn voor de overheid. Ik beschrijf in het boek wat risicogebieden zijn en op welke wijze men zich onder fouten uit probeert te draaien. En ik doe aanbevelingen om de kans op fouten en falen te verminderen.

Het boek is klaar en een paar weken geleden verschenen1. Ik had mij enthousiast voorbereid op het geven van inleidingen, interviews en wat niet meer. En toen kwam het coronavirus! Die heeft alles op de kop gezet en ook het denken over de overheid en wat daar allemaal misgaat. Ineens zijn mijn analyses hooguit interessante maar op dit moment niet erg relevante beschouwingen geworden. Ja, het veroorzaakt zelfs een zekere gêne dat ik de overheid nu lastig val met verhalen over wat er niet goed is gegaan en wat men moet doen om dat te verbeteren. De overheid heeft wel wat beters te doen dan het voeren van beter personeelsbeleid of het introduceren van andere processen voor een behoorlijke beleidsontwikkeling. Op het ogenblik past vooral bewondering voor de geweldige inspanningen die de overheid levert om de crisis aan te pakken.

De overheid laat zien goed te zijn in crisismanagement. Eerlijk gezegd: allerlei zaken waar ik in mijn boek voor pleit, worden nu zichtbaar: een goede kennisinfrastructuur, politici en ambtenaren die elkaar vertrouwen, met ieder dat deel van het werk waar hij of zij goed in is. Ambtenaren, met de indrukwekkende Jaap van Dissel als boegbeeld, die rustig en verstandig aan het publiek uitleggen hoe het zit. Politici die op hun beurt zorgen voor draagvlak en beleidsruimte, die goed in weten te spelen op de grote emoties die nu aan de orde zijn, die afwegingen maken en beslissingen nemen. Verkokering die op overheidsniveau ineens niet meer bestaat. Doortastendheid, focus op hoofdlijnen, creativiteit, het beste wat de overheid te bieden heeft, wordt zichtbaar. Ik heb er bewondering voor, ben ook trots op mijn oude ministerie, VWS. En excuus dus dat ik uitgerekend op dit moment met een boek kom waarin ik nogal wat kritiek op de overheid spui.

Toch wil ik -met alle bewondering recht overeind- mijn beschouwingen niet helemaal onder de grond stoppen. Want naast de coronacrisis gaat de rest van de overheid goeddeels door. Misschien niet helemaal zoals altijd maar beleid en uitvoering staan niet stil. En daar gaat nog steeds te veel fout. Sterker nog: in de schaduw van de grote crisis kan de belangstelling voor de kleine crises wellicht wat minder worden. Je ziet dat vaak: een grote ramp maskeert kleiner falen. Ook bij de coronacrisis zelf is trouwens nodig dat we een open oog houden voor wat daar fout gaat. Per slot van rekening heeft het beleid inzake de publieke gezondheid hier op strategisch niveau gefaald. Niet dat dat een zaak is van alleen de Nederlandse overheid, we moeten daarvoor naar onze mondiale public healthgemeenschap kijken. Waren we optimaal voorbereid? Waren onze logistieke plannen op orde? Werkte het netwerk van overheid, kennis, zorg en basisvoorzieningen goed? Zijn we in staat om alle hulpmaatregelen goed in te voeren zonder dat dat gepaard gaat met misbruik en slecht bestuur? Hoe regelen we de overgang van crisis naar regulier beleid? Hoe geven we het herstel vorm? Dat zijn relevante vragen. Een sterke, kwalitatief hoogwaardige overheid, daar pleit ik in het boek voor, en die zullen we zeker hard nodig hebben, nu en straks. In mijn boek laat ik zien dat dat niet vanzelf gaat. Dus toch maar lezen, dat boek!

Roel Bekker was van 1998 tot 2007 secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van 2007 tot 2010 secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst. Van 2007-2014 was hij tevens bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen in de publieke sector (Albeda Leerstoel).

 

[1] Roel Bekker, Dat had niet zo gemoeten! Fouten en falen van de overheid onder het vergrootglas, Boombestuurskunde 2020.

1.

Deze bijdrage stond in