Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Het Capitool werd bestormd: zou het Binnenhof kunnen volgen?

vrijdag 22 januari 2021, 10:53, Jan Schinkelshoek, Aalt Willem Heringa, Anne Bos, Bert van den Braak, Luc Verhey en Caelesta Braun. Samengesteld door Thijs Heezen.

Op 6 januari 2021 deden de beelden uit Washington de wereld schudden op haar grondvesten: een groep woedende aanhangers van vertrekkend president Trump, van tevoren nog opgehitst door een toespraak van het Amerikaans staatshoofd zelf, trok naar het Capitool en baande zich met geweld een weg naar binnen. Gekozen volksvertegenwoordigers moesten zich verschuilen en werden geëvacueerd. Vergaderruimtes werden binnengevallen, vernield, en de politie kreeg de situatie pas na uren onder controle toen de noodzakelijke versterkingen eindelijk aankwamen.

Het was het ultieme teken van de kwetsbaarheid van de democratie en hoe de verspreiding van complottheorieën in combinatie met ophitsing gezamenlijk tot vreselijke gevolgen kunnen leiden. Met de Nederlandse verkiezingen in het vooruitzicht vroeg het Montesquieu Instituut aan verschillende experts in hun vakgebieden de volgende vraag: hoe beschermen we onze democratie tegen deze excessen?

Taferelen als bij het Amerikaanse Capitool worden in Den Haag niet waarschijnlijk geacht. Experts wijzen op een aantal preventieve factoren: een verschillend politiek stelsel en premier, een groter Nederlands vertrouwen in de overheid en de staat, een kleinere staat en maatschappelijke problemen op een andere schaal. Maar er wordt ook gewezen op de ook in Nederland bestaande gevoeligheid voor extreme uitingen, waarbij de situatie rondom de moord op Fortuyn nog goed in het geheugen ligt. Ook hier kunnen mensen in opwellingen van emotie en irrationaliteit een sfeer creëren die kan leiden tot bedreigingen en geweld. Complottheorieën worden ook in Nederland verspreid en vinden vele gretig aanhangers.

‘Ook in Den Haag doen woorden er toe’ – Jan Schinkelshoek

‘De televisiebeelden uit Washington hadden iets van een deja vu’, reageert Jan Schinkelshoek, voormalig lid van de Tweede Kamer (CDA). ‘Het deed me denken aan de dreigende sfeer rond het Binnenhof op de avond van moord van Pim Fortuyn. Die avond - al weer bijna twintig jaar geleden – leek het alsof boze, verdrietige, uit het veld geslagen aanhangers van Pim het Binnenhof wilden bestormen. Het establishment [toentertijd met name premier Kok en Paars] werd verantwoordelijk gehouden voor de gebeurtenissen. Zoals niet voor zijn moord dan toch wel voor de ‘gedemoniseerde’ sfeer waarin het kon gebeuren. ‘De kogel kwam van links…’

Het is onvergelijkbaar met wat zich op het Capitool afspeelde. Daar een president die olie op het vuur gooide, hier een minister-president die juist olie op de golf goot. Maar het maakte in een oogopslag wel duidelijk waartoe een boze, verontwaardigde en misschien wel opgehitste mensenmassa in staat is.

Den Haag is Washington niet. Maar ook in Den Haag doen woorden er toe.’

‘Zeg nooit nooit, maar kans veel kleiner’ – Aalt Willem Heringa

‘Het zou een miskenning van de altijd (positief en negatief verrassende) werkelijkheid zijn om te zeggen dat zoiets ons in Nederland nooit zal (kunnen) overkomen’ begint Aalt Willem Heringa, hoogleraar staatsrecht. ‘Er zijn wel een aantal verschillen waardoor ik inschat dat de kans veel kleiner is:

  • • 
    ons staatsrechtelijke model, geschiedenis en kiesstelsel zijn meer op consensus/polderen en compromis gericht en gebouwd, en veel minder dan het Amerikaanse op twee elkaar bestrijdende politieke stromingen.
  • • 
    het vertrouwen in de overheid en staat is groter, ondanks lager vertrouwen in politiek en politici, maar er is vertrouwen in de democratie. In de VS is er bij tal van groepen een roep om autonomie, afkeer van de (federale) overheid, en is er geloof in en vertrouwen op wapenbezit.
  • • 
    het verschil tussen platteland en de grote steden, tussen welvaart en armoede en tussen verpauperde industriesteden en welvarende regio's is vele malen groter dan in Nederland en dus ook de boosheid over de andere partij.
  • • 
    ondanks of dankzij? De vele verkiezingen en het bestaande districtenstelsel in de VS leidt tot de illusie van invloed op de volksvertegenwoordiger die er dan toch niet echt blijkt te zijn.
  • • 
    op federaal niveau zijn de dun bevolkte, niet verstedelijkte staten oververtegenwoordigd en dus kan er een gevoel van disenfranchisement ontstaan. Dat tezamen met de her en der gepraktiseerde tactiek van de gerrymandering (manipulatie van kiesdistricten).
  • • 
    de grootte van het land, de segregatie van groepen (blank en zwart, arm en rijk, welvarend en arbeider), maakt dat contact, gesprek, overleg en begrip soms ver te zoeken zijn.

Maar er zijn bij ons ook vormen van segregatie, een welvaart gap, verschillen tussen platteland en steden, gevoelens van verwaarlozing en niet vertegenwoordigd zijn. Maar wel op een andere schaal. De vlam kan desondanks makkelijk in de pan, maar de steun voor groepen die zoiets bepleiten is bij lange na niet zo diepgeworteld en omvangrijk.’

‘Nederland niet ongevoelig voor extreme uitingen’ – Anne Bos

‘De eruptie van geweld in het hart van de Amerikaanse democratie was geen verrassing’ stelt Anne Bos, onderzoeker aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. ‘De snelheid en het gemak waarmee de meute het parlementsgebouw binnendrong was dat wel. Democratie is kwetsbaar en verdient bescherming. Of het nu tegen terroristen is die het gemunt hebben op een of meerdere volksvertegenwoordigers, tegen het doelbewust in omloop brengen van onjuiste informatie of tegen kliekvorming door machthebbers. Boosheid kan een brandstof zijn voor het systeem, maar geweld en intimidatie mogen nooit lonen. Woede wordt in een democratie geuit met woorden, die bij voldoende steun horen te worden omgezet in (beleids)daden.

Nederland is niet ongevoelig gebleken voor extreme uitingen. In eerste instantie dacht ik daarbij niet aan virusontkenners, terreuraanslagen of boeren en bouwers die het afgelopen jaar met tamelijk intimiderend groot materieel naar het Binnenhof oprukten, maar aan de reactie op de moord op Pim Fortuyn in mei 2002. Kort na het schokkende nieuws dat Fortuyn was neergeschoten ontstond een grimmige sfeer rond het Binnenhof en het Rotterdamse stadhuis. ‘Melkert moordenaar’, scandeerden Fortuynaanhangers tegen de toenmalig PvdA-fractievoorzitter en ook andere politici en journalisten kregen stevige verwensingen en bedreigingen naar het hoofd. De angst die in die dagen heerste dat ‘het volk’ in opstand zou komen is weliswaar niet bewaarheid geworden, de worsteling hoe om te gaan met de populistische tegenstelling ‘elite en volk’ duurt nog immer voort.’

‘Een onverwachte dreigende massa op het Binnenhof is onwaarschijnlijk’ – Bert van den Braak

‘Sinds de staatsgrepen tijdens de Bataafse Tijd, zoals die van januari 1798, is het Binnenhof nooit echt een strijdtoneel geweest’ verteld Bert van den Braak, bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel. ‘Het kon er wel onrustig zijn, of zelfs grimmig zoals bijvoorbeeld bij studentenprotesten. Vaak had het echter iets folkloristisch en regelmatig werd tevens een petitie aangeboden. Maar nadat scholieren in 2007 - tegen de afspraken in - een protest tegen de studiedruk verplaatsten naar het Binnenhof en daar onder meer ramen beschadigden, was het uit met de mogelijkheid om zo dicht de parlementsgebouwen te benaderen.

Eerder, in 1990, stelden VVD- en een CDA-Eerste Kamerlid vragen aan de ministers Dales en Hirsch Ballin over het door demonstranten (verpleegkundigen in opleiding) blokkeren van de toegang tot het Binnenhof. De politie was niet alleen bereid niet geweest die toegang wel mogelijk te maken, maar had zelfs op enkele plekken Kamerleden de toegang tot het Binnenhof belet. De leden wezen op artikel 121 van het Wetboek van Strafrecht die zware straffen kent voor het verhinderen van leden om de gang naar een vergadering te maken, waarna de ministers stelden dat er geen sprake van het verhinderen van de toegang tot een Kamervergadering was geweest. Zij erkenden dat extra politie-inzet in voorkomende gevallen wel gewenst was.

Tegenwoordig vindt bij dreigende protesten al snel afgrendeling van het Binnenhof plaats en zijn er mogelijkheden tot 'fysieke' afsluiting. Dat er onverwacht een dreigende massa op het Binnenhof staat, is weinig waarschijnlijk. Toepassing van artikel 121 WvS is nog altijd een reële mogelijheid: tot levenslange gevangenisstraf aan toe.

Het gevaar van onderschatting – Luc Verhey

‘De bestorming van het parlementsgebouw lijkt in de Nederlandse verhoudingen moeilijk voorstelbaar maar we moeten de risico’s niet onderschatten’ zegt Luc Verhey, hoogleraar staatsrecht en lid van de Raad van State. 'De gebeurtenissen van 6 januari staan niet op zichzelf maar zijn het gevolg van ontwikkelingen die al langer gaande zijn. De vraag is hoe het komt dat Donald Trump in 2016 gekozen is tot president van de VS en vier jaar later, ondanks de talloze onwaarheden en schijnoplossingen die Trump in zijn ambtsperiode de wereld in heeft gestuurd, meer Amerikanen op hem hebben gestemd (74 miljoen) dan ooit. En dat ruim de helft daarvan Trump gelooft dat er grootschalige verkiezingsfraude heeft plaatsgevonden die hem van zijn tweede ambtstermijn heeft beroofd.

Er zijn allerlei factoren waardoor de Amerikaanse en Nederlandse situatie niet goed met elkaar te vergelijken zijn; in verschillende bijdrages wordt daar terecht op gewezen. Maar één factor heeft overal sterk aan invloed gewonnen: de sociale media. Deze maken het mogelijk om burgers veelvuldig en indringend te manipuleren met onwaarheden. Trump is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Via Twitter heeft hij zijn bijna 89 miljoen volgers jarenlang dagelijks met feitelijke onjuistheden overladen. Deels gebeurt manipulatie via sociale media ‘onder water’. Politieke partijen benaderen potentiële kiezers met politieke boodschappen die met behulp van algoritmes op de interesses en opvattingen van de kiezer zijn afgestemd (‘micro-targeting’). Op deze manier ontstaan parallelle werkelijkheden (‘filterbubbels’) die op enig moment niet meer vreedzaam bij elkaar kunnen worden gebracht.

Zo keert digitalisering zich geleidelijk tegen de democratie. Dat is ook in Nederland aan de orde. Lees in het recente werk van Botje en Cohen (Mijn meningen zijn feiten. De wording van Thierry Baudet) hoe Forum voor Democratie in 2018 de grootste partij werd bij de Provinciale Statenverkiezingen. We zullen daarom ook in Nederland moeten nadenken over de vraag hoe de democratie zich tegen deze uitwassen te weer moet stellen. De bestorming van Capitol Hill is in die zin een waarschuwing, zoals Paul Scheffer al opmerkte (NRC 15 januari 2021): de verspreiding van complottheorieën op het internet kan overlopen in geweld op straat. Dat het in Nederland zo’n vaart niet zal lopen, geeft dan ook blijk van een gevaarlijke onderschatting.'

‘Democratische rechtsstaat toe aan groot onderhoud’ – Caelesta Braun

‘Ik vat de bestorming van het Capitool op als een opstand van een sociaal-maatschappelijke beweging die met illegale middelen probeerde om de formele bekrachting van de verkiezingsuitslag te saboteren om daarmee een huidig president in het zadel te houden’ verklaart Caelesta Braun, professor aan Universiteit Leiden. ‘Hierbij aangemoedigd door diezelfde president gecombineerd met een op zijn minst twijfelachtige poging tot handhaving waarbij etnische profilering en institutioneel racisme belangrijke componenten waren.

Daarmee zie ik voor antwoord op de vraag of een bestorming van het Binnenhof hier ook denkbaar zou zijn, ten minste drie belangrijke aspecten: of we hier in Nederland eenzelfde sociaal-maatschappelijke beweging zoals in de VS kunnen waarnemen; of we een zittend premier een beweging zoals deze zouden kunnen zien aanmoedigen om tot een dergelijke bestorming over te gaan, en of we met eenzelfde dubieuze handhavingsaanpak te maken zouden kunnen krijgen om dit te stoppen.

Om op de eerste vraag antwoord te geven: dergelijke sociaal-maatschappelijke beweging zien we al in Nederland. Een opstand georganiseerd door deze sociaal-maatschappelijke beweging(en) waarbij op illegale manieren democratische instituties worden bestormd valt niet zomaar uit te sluiten. Of we een zittend premier een dergelijke beweging zouden kunnen zien aanmoedigen om de verkiezingsuitslag te saboteren; dat zie ik minder snel gebeuren. Maar met name op basis van de aard van ons politieke bestel, en zeker niet op basis van de huidige kwaliteit van politiek leiderschap. Dan rest nog een mogelijk twijfelachtige handhaving van een dergelijke illegale ordeverstoring. Mijn hoop is dat we dat niet zouden kunnen zien gebeuren, gezien de hoge kwaliteit en het plichtsbesef van onze orde en handhaving, maar we moeten ons ook realiseren dat institutioneel racisme in ons land wijdverspreid is.

Kortom, onze democratische rechtstaat is als een goede relatie: die is niet vanzelfsprekend, daar moet je aan blijven werken. Zoals met name de recente kinderopvangtoeslagaffaire heeft laten zien, kan onze democratische rechtstaat wel wat groot onderhoud en vooral goed politiek leiderschap gebruiken.

1.

Deze bijdrage stond in