Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Onlinehaat tegen vrouwelijke politici nog maar het topje van de ijsberg

maandag 15 maart 2021, 13:00, analyse van Liza Mügge, in een interview met Douwe Roest

De Nederlandse politiek koestert een mythe, de mythe van de gelijkheid. Liza Mügge, universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, beschrijft hoe vrouwelijke politici met veel meer laster en geweld te maken hebben dan door velen wordt verondersteld. Het onderzoek naar online haat tegen vrouwelijke politici, gepubliceerd door De Groene Amsterdammer, vormt nog maar "het topje van de ijsberg" zegt Mügge.

Dit onderzoek van De Groene Amsterdammer in samenwerking met de Universiteit Utrecht naar online haat tegen vrouwelijke volksvertegenwoordigers trok merkbaar veel aandacht in de media tijdens de afgelopen campagneweek. Meer dan 10 procent van alle tweets gericht aan vrouwelijke politici bevat haat of agressie. In het extreme geval van Sigrid Kaag was dit zelfs 22 procent. Vrouwen die jong zijn, van kleur of met een islamitische achtergrond hebben het vaak het zwaarst te verduren. Deze resultaten passen volledig in het beeld van wat onderzoekers op dit gebied al weten.

Het past bij wat we internationaal zien

De bevindingen over seksisme en geweld tegen vrouwelijke politici in Nederland sluiten aan bij wat we al weten uit internationaal onderzoek. Zo schreef de Inter-Parliamentary Union in een rapport dat seksisme en geweld tegen vrouwelijke politici wijdverspreid is in Europese democratieën. Uit een recente enquête onder vrouwelijke volksvertegenwoordigers in Duitsland blijkt dat vrouwenhaat in het Duitse parlement gestegen is, voornamelijk vanuit de rechts-populistische hoek. Dit wordt beaamd door Mona Lena Krook, auteur van het boek “Violence against Women in Politics,” waarin zij beschrijft dat er wereldwijd sprake is van oplaaiend geweld tegen vrouwen. Enerzijds strookt deze conclusie niet met het feit dat vrouwen nog nooit zo goed vertegenwoordigd zijn in de politiek. Anderzijds is dit volgens haar juist een bewuste strategie om vrouwen uit de politiek te drijven. Haat en geweld tegen vrouwen is in die zin van een andere aard. Vrouwen, zeker vrouwen van kleur, vinden meer soorten barrières op hun pad dan mannen. Het gaat niet alleen over politieke ideeën, maar over hun persoon en vaak specifiek over hun lijf.

Gevolgen voor vrouwelijke representatie

De gevolgen hiervan kunnen reële barrières opwerpen voor vrouwelijke politieke representatie. Hoewel de positie van vrouwen sterk verbeterd is in de afgelopen decennia, voor een groot deel dankzij vrouwennetwerken zoals het Rooie Vrouwen Netwerk van de PvdA, is deze voortgang zeker geen constante stijgende lijn. Hoewel het aantal vrouwelijke lijsttrekkers nog nooit zo hoog was als bij de huidige verkiezingscampagne, zijn er door de jaren heen bijvoorbeeld niet veel vrouwelijke Kamerleden bijgekomen. Na een flinke stijging in de jaren 1980, schommelde het percentage tussen 1994 en 2017 tussen de 33 en 43 procent. Ook de huidige Tweede Kamer geeft geen ander beeld. Na de Kamerverkiezingen van 2017 was dit percentage 36 procent, maar na vertrek en vervanging van Kamerleden is dit gereduceerd tot 31 procent.

Voor vrouwen die in de politiek zitten is het onderwerp vervolgens niet makkelijk bespreekbaar. Het stereotype politicus is nog steeds man, wit, heteroseksueel, van middelbare leeftijd, neemt veel ruimte in en is hard. Op het moment dat vrouwelijke politici zich uitspreken over seksisme worden ze vaak gezien als ‘klager’ of ‘zeikwijf’ en als ongeschikt voor de politieke wereld waar je daar gewoon mee om zou moeten kunnen gaan. Veel vrouwen houden zich daarom op de vlakte over het onderwerp. Hier begint wel steeds meer aandacht voor te komen, zoals met de internationale #NotTheCost campagne over de onacceptabele offers die de politiek voor vrouwen met zich meebrengt.

Instroom van jonge vrouwen

De discussie moet echter niet alleen gaan over de ervaringen van vrouwen die al zichtbaar zijn. Hoewel er de afgelopen jaren verhoogde aandacht is geweest voor vrouwen in de politiek, is dit vaak gericht op de officiële instroom in de politiek, zoals partijlijsten en kabinetsposities. De vraag is echter wat er gebeurt in de voorstadia. Als jonge vrouwelijke aspiranten zien wat voor seksistisch en racistisch geweld iemand als Sylvana Simons over zich heen krijgt, dan is het voorstelbaar dat ze wel drie keer nadenken of ze daar mee te maken willen krijgen.

Verder is het ook belangrijk te onderstrepen dat hoewel online seksisme sterk groeit, dit zeker niet de enige dreiging is voor de politieke positie van vrouwen. De focus op sociale media moet niet de aandacht wegtrekken van persoonlijke interacties. Vrouwonvriendelijk gedrag komt namelijk vaak juist van mensen uit de directe werkomgeving of de privésfeer. Wat gebeurt er in de achterkamers? Op de borrels? De partijcongressen? Hoe wordt er omgegaan met jonge stagiaires? Hoe zit het met hun sociale veiligheid? Het artikel van De Groene Amsterdammer komt dan ook op een goed moment. De aandacht voor de vrouwelijke lijsttrekkers brengt momentum met zich mee voor een belangrijke stap richting het creëren van bewustzijn.

Mannen, los het op

Maar voor een zogenaamd gidsland als Nederland is het echter van de zotte dat wanneer er nog zoveel sociale onveiligheid is voor vrouwelijke politici, dat ze dit zelf zouden moeten oplossen. Laat het niet de slachtoffers zijn die deze problemen aankaarten. Om een daadwerkelijke cultuurverandering in de politiek teweeg te brengen zullen mannen zich moeten uitspreken. De invloedrijke partijbonzen die zichtbaar zijn, de mannen achter de schermen, zij zullen zich hard moeten maken voor het creëren van een cultuur waarin er geen tolerantie is voor seksisme en racisme, vooral tegenover jong vrouwelijk talent. Laat Rutte, die zelf zei “ik ben zeker niet de eerste die roept dat iets seksistisch is,” zich juist als eerste uitspreken. Laat de andere mannelijke partijleiders zich tegen seksisme uitspreken, laat ze naast de vrouwen gaan staan, spreek je uit, ondersteun ze, verwerp het.

 

Liza Mügge is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. Haar werk is gericht op de politieke representatie en gelijkheid van etnische minderheden en vrouwen in Europa. Douwe Roest is als stagiair-redacteur verbonden aan de redactie van PDC en het Montesquieu Instituut.