Verkiezingen en 'de regio': echokamer of gamechanger?

maandag 30 oktober 2023, 13:00, Marijn Molema & Lourens la Roi

We © de regio. Geen spindokter die het zo in de verkiezingsprogramma’s heeft gezet. Toch is de politieke genegenheid voor ‘de regio’ lang niet zo groot geweest. Alleen in 1971 was er een soortgelijk momentum. Het kabinet Biesheuvel dat toen aantrad, bracht regionaal ‘perspectief’ en ‘integrale plannen’ naar Limburg respectievelijk Noord-Nederland. Het waren grootscheepse maatregelen die de regionale politiek tot in de jaren 1990 domineerden.

Net als 1971 staan de verkiezingsprogramma’s in 2023 bol van de regio. De BoerBurgerBeweging (BBB) noemt het woord 148 keer (dat is 146 keer vaker dan het PVV-programma, niet alle partijen doen dus met de mode mee). BBB wil dat Nederland een Noaberstaat wordt. Of een Mienskipsteat (Fries voor Gemeenschapsstaat). Ze willen een overheid die als een betrokken buurman fungeert en gepaste afstand bewaart tot het persoonlijke erf. Regionale politiek smelt hier samen met systeemkritiek op het functioneren van de overheid.

Zo’n kritiek past het CDA niet. Maar de partij zit in eenzelfde hoek wanneer het de nadruk legt op regionale identiteit en gemeenschapsgevoel. Ze steunen regionale talen. Om het sociale weefsel in regio's te versterken, willen ze een Gemeenschapsfonds oprichten. Dit fonds kan lokaal belangrijke voorzieningen ondersteunen, zoals dorpswinkels, buurthuizen en sportfaciliteiten. BBB en CDA koppelen hetzelfde soort gemeenschapsdenken aan het mozaïsche geheel van Nederlandse regio’s.

Andere partijen zoeken de cleavages op. De SP is van mening dat de regionale verschillen in Nederland te groot zijn geworden. Ze willen de economische verschillen en de verschillen in voorzieningen tussen regio's verkleinen. De SP wil lokale bestuurders meer ruimte geven om beleid te maken voor de aanpak van lokale problemen. D66 erkent dat de keuzes van het Rijk te veel in de Randstad hebben geïnvesteerd en de kracht van andere regio’s te weinig hebben benut. Het sociaal-liberale programma pleit voor extra investeringen in regio's met minder mogelijkheden. Hoewel er nog geen verkiezingsprogramma beschikbaar is voor NSC, blijkt uit Omtzigts standpunten dat hij de groeiende kloof tussen welvarende wijken in grote steden en andere delen van Nederland wil aanpakken.

Hoe kunnen we de populariteit van de regio verklaren? Aan de oppervlakte liggen emotionele discussies die van over Het Kanaal naar ons land zijn gewaaid. Britse Brexit-aanhangers bevonden zich vooral in kwetsbare gebieden, waar minder kansen zijn. Een invloedrijk frame spreekt over de electorale wraak van de ‘places that don’t matter’. Dit frame is door journalisten en wetenschappers opgepakt en verspreid in het Nederlandse debat. We spreken hier over regionaal onbehagen, en over tegenstellingen tussen rijke en arme regio’s.

Er zijn ook weer partijen die de tegenstelling an sich bestrijden. De CU wil de onvruchtbare tegenstelling tussen stad en platteland stoppen. Ze willen 2 miljard euro investeren in sterke steden en dorpen om voorzieningen in gemeenten op peil te houden. Daarnaast willen ze extra geld toewijzen aan landelijke gebieden om kleine scholen, meer agenten, beter openbaar vervoer en goede zorg te behouden. PvdA-GroenLinks wil aandacht voor specifieke regionale uitdagingen, zonder de belangen van stedelijke en landelijke gebieden tegenover elkaar te zetten. Ze noemen voorbeelden zoals buslijnen die worden wegbezuinigd, maar ook tramhaltes in arme wijken van Rotterdam die verdwijnen. PvdA-GroenLinks benadrukt dat deze problemen zich in zowel stedelijke als landelijke gebieden voordoen.

Het is de vraag of het ‘laten we de kloof overbruggen’-argument empathisch genoeg is. Met name aan de randen van het land heerst het sentiment dat ‘Den Haag’ er niet voor hen is. Dat sommige gebieden geen onderdeel zijn van het toekomstverhaal van Nederland. Dit gevoel is terug te vinden in, bijvoorbeeld, de noordoostelijke rand van ons land, maar ook in gebieden als Zeeuws-Vlaanderen of de oostelijke mijnstreek. Drie nationale adviesraden (Rli, RVS, ROB) publiceerden er begin dit jaar een rapport over: Elke regio telt! Dit rapport laakt de investeringslogica van ons land, die te lang en te veel op de (rand)stedelijke centra van ons land is gericht. Inderdaad moet dit negatieve gevoel eerst erkend worden door de nationale politiek, voordat het aangepakt kan worden. Anders blijven regio’s in hun emotie hangen. En wie teleurgesteld of boos is, is geen ontvankelijke gesprekspartner.

De regionale grieven laten zelfs de VVD niet onberoerd. De liberalen pleiten voor een regiogerichte aanpak in het beleid, waarbij meer rekening wordt gehouden met de verschillen tussen de regio's. Dit betekent meer ruimte voor maatwerk en differentiatie in investeringen.

Het is de vraag of de verkiezingsbeloftes ook echt iets gaan veranderen aan het miskende gevoel in sommige regio’s. De centrifugale krachten in ons land zijn groot. Stedelijke regio’s hebben het surplus om met goede lobbyisten de beste plannen te verkopen. En de ministeriële radars zijn moeilijk af te stemmen op de complexiteit van het geografische verschil.

Toch laten de verkiezingen van 1971 zien dat een nieuwe Kamer en een nieuw Kabinet het verschil kan maken. Het rapport Elke regio telt! onderstreept het belang van ‘kansenagenda’s’ voor de lange termijn. Het belang van doordachte, zelfbewuste plannen met structurele financiering van het Rijk. Misschien weet de nieuwe coalitie het juiste kader te scheppen voor een duurzame samenwerking tussen Rijk en regio. Misschien hangt verandering echt in de lucht.


Marijn Molema werkt voor het Planbureau Fryslan en is namens deze bijzonder hoogleraar Regionale Vitaliteit & Dynamiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Lourens la Roi is student Bestuurskunde aan de Thorbecke Academie van de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden.

Deze bijdrage stond in