N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De PVV is Wilders, Wilders is de PVV
In november is het twintig jaar geleden dat de PVV in de Tweede Kamer debuteerde. Veel glans zal dit jubileum echter niet hebben. In de eerste plaats omdat de partij van Geert Wilders bij de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar oktober elf zetels verloor en op 26 uitkwam, nadat zij in november 2023 met maar liefst 37 zetels de grootste partij was geworden. Die verkiezingszege bracht Wilders ‘in het centrum van de macht’, zoals hij het zelf formuleerde: voor het eerst maakte de PVV deel uit van de regering. Van die weelde genoot Wilders maar kort, want binnen een jaar bracht hij het kabinet-Schoof eigenhandig ten val – met de forse electorale nederlaag als gevolg. De PVV legde het bij de laatste Kamerverkiezingen bovendien nipt af tegen het door Wilders gehate D66, dat de grootste partij werd en binnenkort hoogstwaarschijnlijk met Rob Jetten de premier gaat leveren. Alsof dit allemaal nog niet erg genoeg was, stapten deze week zeven fractieleden op (en zeker niet de eersten de besten) – de grootste afsplitsing ooit in de parlementaire geschiedenis. Door deze aderlating is bovendien niet langer de PVV, maar de eveneens door Wilders verafschuwde combinatie GroenLInks/PvdA de grootste oppositiepartij.
De PVV als ‘personalistische partij’
Het schisma in de Tweede Kamerfractie is geenszins verrassend: het is eerder opmerkelijk dat het zo lang heeft geduurd. De PVV heeft immers een traditie van afsplitsingen, die begon met het vertrek van Hero Brinkman in 2012. Tot 2014 breken nog zes leden met de Kamerfractie. Daarna is het lange tijd rustig, totdat in september 2023 Lilian Helder opstapt – en dan nu het zevental. De afsplitsingen hebben alles te maken met de PVV zelf, die als schoolvoorbeeld van een ‘personalistische partij’ kan worden beschouwd. Kenmerken van dit partijtype zijn volgens de politicologen Kostadinova en Levitt een dominante leider en een zwak gestructureerde partijorganisatie.
Zwakke partijorganisatie
Deze karakteristieken zijn geheel van toepassing op de PVV. De partij van Wilders kent geen leden, behalve hijzelf en de Stichting Vrienden van de PVV, met als reden dat het toelaten van leden zou leiden tot ‘LPF-toestanden’. De partij van Pim Fortuyn ging aan de vele interne conflicten ten gronde. De PVV kent echter wel ‘informele leden’, zoals vrijwilligers, (kandidaat-)volksvertegenwoordigers op alle niveaus en medewerkers in dienst van de Kamerfracties – al met al volgens een schatting van PVV-onderzoeker Koen Vossen hooguit zo’n duizend personen. Allen investeren tijd, geld en (gezien het controversiële imago van de PVV) hun maatschappelijke reputatie, maar zij hebben (anders dan formele leden in de meeste politieke partijen) intern geen enkele zeggenschap en kunnen dus geen tegenwicht bieden aan Wilders. De oprichter, leider (en enig lid) van de PVV hoeft aan niemand en geen enkel gremium verantwoording af te leggen; hij heeft alle ruimte.
Dominant leiderschap
In de personalistische PVV is alle macht in de persoon van Wilders geconcentreerd: de PVV is Wilders, en Wilders is de PVV. Gesteund door een kleine kring van vertrouwelingen zet de solistisch en autoritair opererende partijleider de strategische lijnen uit en controleert hij de belangrijkste partijfuncties, zoals de rekrutering van kandidaten en het opstellen van de verkiezingsprogramma’s. Die dominantie van Wilders vormt echter tegelijk een zwakte. De PVV-parlementariërs hebben weliswaar hun Kamerzetel aan hem als lijsttrekker te danken en zij zijn van hem afhankelijk om voor herverkiezing in aanmerking te komen, maar die deels afgedwongen loyaliteit kan juist door het gebrek aan inspraak in de interne besluitvorming ook omslaan in weerstand of zelfs oppositie.
Inherente conflicten
Aangezien het autocratische leiderschap van Wilders zo’n sterk persoonlijk karakter heeft, kunnen meningsverschillen tussen hem en anderen snel conflictueus en persoonlijk worden – ook omdat de PVV-leider naar verluidt nogal achterdochtig en onvoorspelbaar kan zijn en de controle niet graag verliest. De kans op escalatie neemt toe wanneer Wilders eigenzinnig besluiten neemt met verreikende consequenties. Zo leidde het opzeggen van de gedoogsteun aan het minderheidskabinet-Rutte I in 2012, de ‘minder Marokkanen’-uitspraak in 2014 en het laten vallen van het kabinet-Schoof in 2025 tot het opstappen van Kamerleden (en in het laatste geval ook tot een breuk met twee bewindspersonen: Fleur Agema en Ingrid Coenradie). Rode draad in de kritiek van de dissidenten was steeds het autoritaire leiderschap van Wilders, soms gecombineerd met een pleidooi voor een ledenpartij met interne democratie.
Problematische opvolging
Het personalistische PVV-model werkt niet alleen afsplitsingen in de hand, het ondermijnt ook het voortbestaan van de partij op de langere termijn. Aangezien alles om Wilders draait, zal – als het zover is – diens terugtreden ongetwijfeld tot een vacuüm leiden. Ook als er een opvolger klaar staat, en dat is bij personalistische partijen vaak nog maar de vraag, zal die zich eerst moeten bewijzen. Electorale repercussies liggen in zo’n situatie voor de hand, ook omdat de band tussen Wilders en zijn kiezers tot op zekere hoogte eveneens is gepersonaliseerd: een deel van zijn kiezers zal zijn stemkeus eerder op zijn persoon baseren dan op de PVV.
Slot
‘Ik zal nooit aftreden. Nooit… Ik doe het met andere mensen, maar voor een groot deel ben ik de PVV’, aldus Wilders na de verpletterende nederlaag bij de Europese verkiezingen in mei 2019. Met die uitspraak deed hij zichzelf te kort: hij is de PVV, en de PVV is Wilders. Bij de oprichting van de PVV in februari 2006 koos Wilders enerzijds voor een allesbepalende positie voor de partijleider en anderzijds voor een ledenloze en nauwelijks geïnstitutionaliseerde partij om zo het afschrikwekkende LPF-scenario te voorkomen. Zijn keuze leidde paradoxaal genoeg tot structurele instabiliteit en potentiële verdeeldheid, door de informele leden – in de eerste plaats de volksvertegenwoordigers in gemeenteraden, Staten, Kamers en het Europees Parlement – geen zeggenschap in de partijorganisatie te geven. Omdat de partij in alle opzichten sterk afhankelijk is van haar leider en geen procedures of andere mechanismen kent om interne conflicten op te lossen, rest voor dissidenten in laatste instantie als enige uitweg een exit. Vanaf 2012 zijn vijftien Tweede Kamerleden opgestapt, alsmede tientallen Staten- en raadleden. Zolang Wilders de structuur van de PVV niet aanpast en niet zijn informele leden meer bij zijn partij betrekt, is het wachten op de volgende afsplitsing. Als hij daarmee te lang wacht, kan hij na het zeer waarschijnlijke aannemen van de Wet politieke partijen en met name het amendement van D66 er trouwens toe gedwongen worden om leden tot zijn partij toe te laten en intern democratische verhoudingen te introduceren. Daarmee zou er een einde komen aan de personalistische PVV – en wellicht aan het partijleiderschap van Wilders. In 2004 splitste hij zich af van de Tweede Kamerfractie van de VVD. Het is moeilijk denkbaar dat hij na een kleine 25 jaar alleen te hebben geheerst, zich zou schikken in een machtsdeling.
Een kortere versie van deze bijdrage verscheen op 24 januari 2026 in Trouw.
Zie verder:
Tatiana Kostadinova en Barry Levitt, ‘Toward a Theory of Personalist Parties. Concept Formation and Theory Building’, in: Politics & Policy 42 (2014), nr. 4 (augustus), 490-512.
Koen Vossen, Rondom Wilders. Portret van de PVV (Amsterdam: Boom, 2013).
Koen Vossen, The power of populism. Geert Wilders and the Party for Freedom in the Netherlands (London, New York: Routledge, Taylor & Francis Group, 2017).