Op uw plaatsen, klaar… de valse start van de vermogensbelasting

dinsdag 3 maart 2026, 9:14, analyse van Wiek van Gemert

GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver waarschuwde Rob Jetten op hoge toon: het openbreken van het pensioenakkoord zou een valse start betekenen van zijn kabinet. Dit deed Klaver bij het debat over de aanstelling van Jetten als formateur en herhaalde hij maar liefst zes keer tijdens het debat over de regeringsverklaring.

Waar deze botsing voorlopig werd afgewend door een reddingsboei-motie van de SGP en de Groep-Markuszower, had zich buiten de plenaire zaal al een valse start voltrokken. Nog voor Jetten het startschot van zijn eigen kabinet had gegeven met het uitspreken van de regeringsverklaring, liet minister van Financiën Eelco Heinen weten dat de vermogensbelasting in box 3 die slechts twee weken eerder nog door een Kamermeerderheid was aangenomen er voorlopig niet (in deze vorm) komt. Het lijkt een omineus voorteken voor de werkwijze van het kabinet en toont bovendien wie het oor van de coalitie hebben in hun cruciale zoektocht naar politieke en maatschappelijke meerderheden.

Het debat over vermogensbelasting is in de kern niet meer dan een verdelingsvraagstuk, en daarmee een vorm van oer-politiek. Het zwaartepunt van het Nederlandse belastingstelsel ligt bij inkomen uit werk, niet uit vermogen. Op de golven van economen als Thomas Piketty en Gabriel Zucman wordt vanuit de linkerhoek gepleit voor herziening van de vermogensbelasting, wijzend op het feit dat Nederland een van de landen met de grootste vermogensongelijkheid ter wereld is, met een totale lastenverdeling waarin de rijkste één procent relatief de minste belasting betaalt.1) Op rechts wordt vastgehouden aan de neoliberale consensus en gehamerd op het belang van fiscale mildheid voor het investeringsklimaat. Doordat de belastingdienst worstelt met de uitvoering en de Hoge Raad de juridische houdbaarheid van het systeem van fictieve rendementsheffing heeft opgeblazen, dreigt het politieke debat echter te verstikken onder een deken van technische complexiteit, of op zijn minst een beklag daarover.

Na vier jaar sleutelen door opeenvolgende staatssecretarissen moet de Wet werkelijk rendement box 3 een nieuwe systematiek regelen en zo het lek in de vermogensbelasting dichten dat de schatkist miljarden kost. Ondertussen kan er worden gewerkt aan een oplossing voor de lange termijn, zo is het idee. Het is een wet met haken en ogen, zoveel was ook bij deze stemming duidelijk. De Raad van State had bedenkingen bij de uitvoerbaarheid van de wet en de veeleisendheid voor de burger. 2) Politieke kritiek was er vooral op de voorgestelde belastingheffing op ongerealiseerde waardestijgingen, vermogensaanwas. Met volle wetenschap van deze bezwaren stemde een meerderheid desalniettemin voor invoering, waaronder alle coalitiepartijen van het destijds nog te beëdigen kabinet-Jetten.

In de twee weken die volgden, veranderde de praktijk niet en de argumenten evenmin. Wel ging het dossier een eigen leven leiden, opvallend genoeg voornamelijk buiten de Nederlandse grenzen. Een eigenaardig gezelschap verscheen ten tonele om zich te verzetten tegen de voorgenomen vermogensbelastingwet. Dit gezelschap bestond onder meer uit internationale cryptoaccounts en conservatieve influencers die miljoenen weergaven verzamelden op sociale media zoals X, openlijk gesteund door eigenaar Elon Musk (de meest vermogende man ter wereld).3) De Washington Post plaatste een redactioneel commentaar met de nietsontziende kop ‘Inventors of capitalism seek to sabotage it’, een stelling in lijn met de koers onder eigenaar Jeff Bezos. Van Bezos, goed voor het vierde grootste vermogen ter wereld, mogen de opiniepagina’s van zijn krant nog slechts bevolkt worden met meningen die de vrije markt welgewillig zijn.4) Prins Constantijn voelde zich ondanks zijn koninklijke titel evenmin bezwaard zich met de vaderlandse politiek te bemoeien en verzette zich tegen de wet die reeds door een Kamermeerderheid was omarmd.5) Ook dit gezelschap bekritiseerde primair de techniek van de vermogensaanwasbelasting, maar kon moeilijk verhullen dat we hier te maken hadden met de lobby van vermogenden met een financieel belang bij het onderliggende verdelingsvraagstuk.

Het kabinet, dat in zijn regeerakkoord sowieso de keuze maakte om de lasten neer te leggen bij de inkomens en niet bij de vermogens, wilde deze stemmen van vermogenden kennelijk goed gezind blijven. Het Kamerdebat over de regeringsverklaring etaleerde de onderliggende argumentatie, of beter gezegd: het gebrek daaraan. Men was ‘niet doof voor de kritiek’, zo herhaalde VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans tweemaal. De inhoudelijke kritiek was echter al bekend voor de stemming. De publieke lobby bracht geen nieuwe argumenten ter tafel, de lobby wás het nieuwe argument. Daarmee liet het kabinet, dat zich erop laat voorstaan moeilijke keuzes niet uit de weg te gaan, bij de eerste de beste kritiek vanuit vermogenden zowel haar plannen als het ordentelijke wetgevingsproces los. Veelzeggend voor de politieke motieven was het feit dat minister van Financiën Eelco Heinen van de zelfverklaarde ondernemerspartij VVD het nieuws bracht, terwijl de wet onder de portefeuille valt van D66-staatssecretaris Eelco Eerenberg.

Met het uitspreken van de regeringsverklaring begon het kabinet-Jetten afgelopen woensdag 25 februari 2026 aan een zoektocht naar meerderheden, en daarmee naar de houding en de procedures die de relatie tussen een minderheidskabinet en de Kamer moeten vormgeven. Op deze onzekere basis moet bovendien een kabinet gebouwd worden dat volgens Jetten moet draaien om samenwerking en betrouwbaarheid. Transparante, voorspelbare, procedureel ordentelijke besluitvorming lijkt daarmee niet alleen een belangrijk ingrediënt voor het doen slagen van het experimentele minderheidskabinet, het is tevens de weg om de indruk van experiment te vermijden en de geambieerde breuk te bewerkstelligen met het chaotische kabinet-Schoof. Nog voor deze zoektocht goed en wel was begonnen, haalt de minister van Financiën een streep door een wet die niet in zijn portefeuille valt en waar alle coalitiepartijen twee weken eerder nog voor stemden. Deze keuze van het minderheidskabinet om een meerderheidsbesluit naast zich neer te leggen na kritiek vanuit de (internationale) vermogenslobby slaat een deuk in de geloofwaardigheid van haar ambitie om tot transparante, voorspelbare, procedureel ordentelijke besluitvorming te komen en etaleert bovendien wie zij als haar natuurlijke bondgenoten ziet in de zoektocht naar brede politieke een maatschappelijke meerderheden.

Wiek van Gemert is politiek historicus. Hij is als promovendus verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen en als wetenschappelijk informatiespecialist aan het Documentatiecentrum Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen.