N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Een ‘gepimpt’ cv: kan verplichte screening dat voorkomen?
Vorige maand, in de aanloop naar de benoeming van de ministers en staatssecretarissen in het kabinet-Jetten, deed de affaire rondom Nathalie van Berkel het veel stof opwaaien. Zij had haar cv op LinkedIn mooier voorgesteld dan dat die in werkelijkheid was. Enkele daarop weergegeven studies werden niet gevolgd of afgemaakt. Vanwege de ontstane commotie trok zij zich terug als beoogd staatssecretaris van Financiën, en later ook als Tweede Kamerlid.
De affaire rondom Van Berkel staat niet op zichzelf. Bekend is ook de zaak van Charles Schwietert, die in 1982, drie dagen nadat hij tot staatssecretaris van Defensie was benoemd, moest aftreden, omdat hij ten onrechte de drs.-titel voerde en bovendien, in tegenstelling tot wat zijn cv vermeldde, nimmer luitenant in het leger was geweest (wel korporaal overigens). In 1994 trad Rozenblad terug als Tweede Kamerlid, omdat ook hij zijn cv mooier had voorgesteld. Heel vaak komt het niet voor, of beter gezegd: het komt zelden aan het licht. Maar als het gebeurt heeft het grote gevolgen voor de betrokkene. Een verdere politieke carrière lijkt uitgesloten. Ook op lokaal niveau zullen er kandidaten zijn met een ‘gepimpt’ cv, maar zij komen veel minder in het nieuws. Het doet de vraag rijzen of verplichte screening kan voorkomen dat kandidaten met een opgepoetst cv überhaupt worden voorgedragen of benoemd.
Het korte antwoord luidt: nooit helemaal. Voor ministers en staatssecretarissen geldt dat de AIVD, de Belastingdienst en Justitie een screening uitvoeren, maar die is zeer beperkt. Zo onderzoekt de AIVD alleen of, en zo ja hoe personen in hun systemen voorkomen. De Belastingdienst onderzoekt (vooral) of de kandidaat belastingschulden heeft. Bij de formatie van het kabinet-Schoof kwam de kandidaat-minister van Asiel en Migratie Gidi Markuszower niet door de screening van de AIVD. Hij werd door Wilders teruggetrokken. Kandidaten worden voorts geacht een soort zelfassessment te doen, dat is opgenomen in het Blauwe boek, een handleiding voor bewindspersonen. Dat is ongetwijfeld allemaal zinvol, maar het voorkomt niet dat kandidaat-ministers en -staatssecretarissen met een opgepoetst cv worden voorgedragen of benoemd. Deze vormen van screening zien daar immers niet op.
Opvallend is dat de wet voor kandidaat-wethouders een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voorschrijft (art. 36a lid 2 Gemeentewet). Dat is voor ministers, staatssecretarissen en Kamerleden niet verplicht. Maar ook hier geldt: daarin wordt het cv niet getoetst. Daarnaast is het op lokaal niveau gebruikelijk dat gemeenten voor kandidaat-wethouders een risicoanalyse integriteit laten uitvoeren door een extern bureau, zoals Necker, Bing of Berenschot. In dat geval kunnen diploma’s en cv’s wél worden gecontroleerd, althans meestal zullen de onderzoekers daarnaar vragen. Gemeenten zijn niet verplicht tot zo’n risicoanalyse, maar het gros van de gemeenten laat wel een analyse uitvoeren. De kans dat een ‘gepimpt’ cv aan het licht komt, is daarmee groter, maar helemaal sluitend is dit systeem niet. De risicoanalyse is immers niet verplicht en het ligt maar net aan de opdracht aan het onderzoeksbureau of de screening van cv’s wordt meegenomen.
Voor volksvertegenwoordigers (Kamerleden en raadsleden) geldt dat primair de politieke partijen aan zet zijn. Immers, zij stellen de kandidatenlijst vast en dienen deze in. Politieke partijen kunnen kandidaten bevragen op nevenfuncties en cv. De ‘oude’ (en voorheen: grote) politieke partijen kennen een uitgebreide sollicitatieprocedure, waar screening een onderdeel van uitmaakt. Maar dit is evenmin een waterdicht systeem. Sterker nog: op wat incompatibiliteiten na zijn er weinig formele belemmeringen om Kamerlid of raadslid te worden. Een VOG is ook hier niet verplicht; volksvertegenwoordigers kunnen zelfs met een strafblad hun zetel innemen. Er zijn wel wat mogelijkheden om de doopceel van volksvertegenwoordigers te lichten. Politieke partijen zelf kunnen om een VOG vragen. Zij kunnen ook, indien twijfels bestaan over de integriteit van het kandidaat-Kamerlid of -raadslid, via de minister van BZK, een informatieverzoek bij de AIVD indienen, die vervolgens naslag doet. De hiervoor genoemde externe bureaus kunnen daarnaast een risicoscan voor raadsleden uitvoeren (ik heb die overigens nog niet gezien voor Kamerleden). Opnieuw geldt: door naslag door de AIVD of een VOG komen onjuiste cv’s niet boven water; met de risicoscan is die kans groter.
Kortom, het is moeilijk te voorkomen dat kandidaten met een opgepoetst cv worden voorgedragen of benoemd. Er is geen mechanisme waardoor vóór benoeming of verkiezing van een politieke ambtsdrager zijn of haar cv wordt geverifieerd. Opvallend is dat screening op centraal niveau wezenlijk andere aspecten omvat (AIVD, Belastingdienst, Justitie) dan die op decentraal niveau (VOG, risicoanalyse integriteit). De centrale overheid kan op dit punt van de decentrale overheden leren door ook voor ministers en staatssecretarissen een VOG en een risicoanalyse integriteit voor te schrijven. Dat kan wezenlijk andere zaken boven tafel krijgen, waaronder – bij een risicoanalyse – onjuiste cv’s.
Ten slotte nog een opmerking over kandidaat-Kamerleden en -raadsleden, de volksvertegenwoordigers dus. Vanzelfsprekend moeten we hier voorzichtig zijn met het stellen van al te strikte vereisten. Dat zou immers het passief kiesrecht beperken. Afgezien van de verenigbaarheid van zulke vereisten met art. 4 Grondwet en art. 3 Eerste Protocol EVRM, betreft het hier een heel wezenlijk grondrecht, waar de Nederlandse wetgever in de laatste decennia eerder minder dan méér beperkingen aan heeft gesteld. Dat betekent dat deze bal vooral bij de politieke partijen ligt. Zij kunnen meer werk maken van de werving en screening van hun kandidaten, door bijvoorbeeld een risicoscan integriteit uit te (laten) voeren. Niet alle politieke partijen zullen dit willen doen, en op lokaal niveau zullen sommige partijen het ook simpelweg niet kunnen, vanwege hun geringe omvang en beperkte financiën. Laat dan de partijen die deze scan wél uitvoeren dat ook uitdragen, zodat de kiezer weet welke kandidaten op integriteit (waaronder de juistheid van cv’s) zijn gescand en welke niet.