Een cruciale rol voor de nieuwe politiek-financiële tandem Jetten-Heinen: een omvangrijke overlegoperatie

dinsdag 14 april 2026, 9:25, column van Dr. Jan Postma

Een goede samenwerking tussen de minister-president en minister van Financiën is cruciaal voor het voortbestaan van een kabinet. De minister-president heeft zich in de loop van de tijd steeds meer ontwikkeld tot leider van het kabinet, die in algemeen-politieke zin het beleid van de verschillende ministers coördineert. Dat geldt ook voor de minister van Financiën, maar dan in financieel-economisch opzicht, doordat hij toeziet op de doelmatigheid van het geheel van publieke uitgaven. Zij hebben daarvoor beiden een ambtelijk apparaat, dat directe relaties onderhoudt met de andere departementen, respectievelijk het kabinet van raadadviseurs en de inspectie der rijksfinanciën.

Voorbeelden uit het verleden, zoals de relaties Drees-Lieftinck, De Quay-Zijlstra, Den Uyl-Duisenberg, Lubbers-Ruding, Lubbers-Kok en Kok-Zalm, laten zien dat er geen wetmatigheden gelden. Het waren alle goede, werkbare relaties, ook als de beide politici niet tot dezelfde politieke partij behoorden. De directe betrokkenheid van de premiers bij het financiële beleid was erg verschillend. Ook bij de ministers van Financiën waren er verschillen, sommige bewindslieden hadden alleen aandacht voor het financiële kader, anderen bemoeiden zich ook intensief met het uitgavenbeleid van hun collega’s. Hoe het ook mis kan gaan, laat de slechte verhouding tussen premier Van Agt en zijn minister van Financiën Andriessen zien. Hoewel ze tot dezelfde partij behoorden, liet de premier zijn minister van Financiën in 1980 in een conflict over de noodzaak van bezuinigingen vallen, waarna het CDA-VVD-kabinet de rit verder uitzat met Van der Stee, die wel een zeer goede persoonlijke relatie met Van Agt had.

Hoewel het belang van een goede samenwerking van premier en minister van Financiën zeker voor het huidige experimentele minderheidskabinet geldt, heeft deze verhouding nog weinig aandacht gekregen. Toch zal deze samenwerking cruciaal zijn voor de toekomst van het kabinet. Bij de presentatie van het kabinet is door de toen nog beoogde premier Rob Jetten benadrukt dat bij een minderheidskabinet een goed overleg met parlement en maatschappelijke organisaties van levensbelang is. Dat stelt eisen aan de afzonderlijke ministers. Jetten sprak in dit verband over niet al te grote ego’s die ook anderen iets zouden moeten gunnen. Bovendien zullen in een minderheidskabinet ook extra eisen worden gesteld aan de samenwerking binnen de ministerraad tussen de ministers.

De vraag is of er inderdaad voldoende rekening mee is gehouden dat de nieuwe bewindslieden goed kunnen werken vanuit een experimenteel minderheidskabinet. Zo kwam bij de VVD een routinematige invulling van de ministersposten tot stand, doordat een zwaar beroep op het smaldeel van zittende bewindslieden in het kabinet-Schoof werd gedaan. En al langer was duidelijk dat Eelco Heinen die als zittende minister voor de VVD een cruciale rol speelde bij de opstelling van de financiële plaat van het coalitieakkoord de gedoodverfde kandidaat voor Financiën was.

Nu we enkele maanden verder zijn kan worden geconstateerd dat de relatie met de oppositie inderdaad van essentieel belang is voor het voortbestaan van het kabinet. Maar ook zien we dat het kabinet voor het bereiken van meerderheden nog geen strategie heeft ontwikkeld, zoals blijkt uit de incidentele en slecht voorbereide behandeling van de AOW-problematiek en van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking. Het afwisselend gebruikmaken van mogelijkheden tot samenwerking over links dan wel rechts blijkt tot wrevel bij beide flanken van de oppositie te leiden. Met andere woorden: de ‘zigzagmethode’ werkt niet.

Aangezien te voorzien is dat juist de budgettaire problemen en het financiële kader nog tot tal van meningsverschillen met de oppositie zullen leiden, is voor het ontwikkelen van een strategie voor het bereiken van meerderheden de opstelling van de minister van Financiën van groot belang. Bij het recente debat over de regeringsverklaring in de Eerste Kamer is deze problematiek aan de orde geweest. De premier, die vergezeld was van de beide vicepremiers en de minister van Financiën, sprak opnieuw mooie woorden over een goede relatie met de oppositie in beide Kamers.

Pas geheel aan het eind van het debat zei hij zich te realiseren dat het kabinet met slechts 66 zetels zo nu en dan het coalitieakkoord zou moeten bijstellen om op de nodige steun te kunnen rekenen. En hij kondigde aan dat hijzelf en de minister van Financiën tussen nu en de zomer ter voorbereiding van hun eerste begroting, belastingplan en miljoenennota een uitgebreide ronde zullen maken langs de partijleiders van alle partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Ook de Eerste Kamer zal worden benaderd om met alle fractievoorzitters het gesprek daarover te voeren. Daar elke stem telt, zullen dat gezien de versnipperde politieke verhoudingen dus welgeteld 37 gesprekken zijn.

Het kabinet hoopt daarmee nog voordat het zomerreces aanbreekt een beter beeld te krijgen van hoe het in de zomer tot een breed draagvlak voor de begroting en een belastingplan 2027 kan komen. Toen hij nader aan de tand werd gevoeld, voegde premier Jetten daar nog aan toe, dat het zijn voorkeur heeft om door alle gesprekken met de verschillende partijen in Tweede en Eerste Kamer een antwoord te krijgen op de vraag: kun je bouwen aan een breed draagvlak met een of meer partijen om een akkoord over het totaalpakket rondom de Miljoenennota te bereiken?

Daarmee heeft het kabinet voor de komende maanden een unieke en cruciale rol toegekend aan de nieuwe politiek-financiële tandem Jetten-Heinen. De minister van Financiën heeft het imago opgebouwd van stringent bewaker van zijn financiële kader door budgetdiscipline. Wil de operatie effectief zijn, dan zal hij in de gesprekken echter bereid moeten zijn tot een open en inhoudelijke discussie over het financiële kader en over de afzonderlijke onderdelen van rijksuitgaven en sociale zekerheid. Een eenzijdige afgrendeling van het financiële kader door bij voorbaat van de oppositie te eisen dat wijzigingsvoorstellen zo nodig steeds vergezeld gaan van dekking, zal op weerstand stuiten. Hoe de concrete uitkomst van het gezamenlijke optreden van de tandem en de vervolgprocedure ook zullen zijn, er wordt in elk geval met deze omvangrijke overlegoperatie een interessant fenomeen aan de financieel-politieke geschiedenis toegevoegd.

Dr. J.K.T. Postma was in verschillende functies verbonden aan het ministerie van Financiën, onder meer als directeur-generaal van de Rijksbegroting.