N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De burgemeester ziet niet toe op de geschiktheid of integriteit van (kandidaat-)wethouders
Dit is een repliek op het stuk van Prof. Dr. Klaartje Peters, dat 16 maart verscheen in De Hofvijvereditie over de gemeenteraadsverkiezingen.
Peters liet weten dit een "uitstekende precisering" van Karsten te vinden.
"Belangrijk is ook dat de burgemeester toeziet op de integriteit en geschiktheid van kandidaat-wethouders", stelt Klaartje Peters in De Hofvijver van 16 maart 2026. Dat is een misvatting die burgemeesters een rol toedicht die ze niet hebben, en hen bovendien uiterst kwetsbaar maakt.
Over de geschiktheid van kandidaat-wethouders gaat de gemeenteraad, die de wethouders benoemt (art. 35 Gemw). De raad bepaalt wat of wie een goede wethouder is, niet de burgemeester. De burgemeester gaat ook niet over de integriteit van kandidaat-wethouders. Daarover gaan zij in de eerste plaats zelf en daarna de politieke partijen en de gemeenteraad. De burgemeester is sinds 2016 wel verantwoordelijk voor het 'bevorderen' van de bestuurlijke integriteit (art. 170 lid 2 Gemw). Maar daarmee niet voor de bestuurlijke integriteit als zodanig. De burgemeester is niet verantwoordelijk voor de integriteit van anderen. De burgemeester ziet er ook uitdrukkelijk niet op toe. Zo’n toezichthoudende functie past, zo werd al bij de introductie van de betreffende verantwoordelijkheid overwogen, niet bij de rol van de burgemeester, omdat die kan bijten met het hoofdschap van de gemeenteraad en omdat die de burgemeester, vanwege diens politieke afhankelijkheid van de gemeenteraad, in een kwetsbare positie kan brengen (Kamerstukken 2012/13, 33691 nr. 3).1
Natuurlijk is het belangrijk dat burgemeesters de integriteit van wethouders bevorderen. Dat kan bijvoorbeeld door het belang te benadrukken van een goede risicoanalyse en mee te werken aan een zorgvuldige uitvoering. Vaak voeren burgemeesters ook een gesprek met kandidaat-wethouders over de uitkomsten van de risicoanalyse en eventuele beheersmaatregelen. En ook na de benoeming van wethouders is het belangrijk dat de burgemeester actief hun integriteit bevordert.
Burgemeesters die menen te moeten 'toezien' op de integriteit van (kandidaat-)wethouders, maken zichzelf echter bijzonder kwetsbaar en zijn onvoldoende rolvast. Zij laten zich een rol toedichten die ze niet hebben en die ze politiek flink in de problemen kan brengen. Het is ook schadelijk voor het ambt om burgemeesters zo’n rol toe te schrijven: je maakt de burgemeester daarmee verantwoordelijk voor iets waarvoor deze persoon niet verantwoordelijk is, met alle verwachtingen en politieke risico’s van dien.
Peters wijst in haar bijdrage zelf al op de ingewikkeldheid van de integriteitsbevorderende rol van de burgemeester en de principiële spanningen die deze rol met zich meebrengt. Het is belangrijk het probleem niet groter te maken door de burgemeester een rol toe te dichten die deze gezagsvoerder niet heeft. In plaats daarvan moeten we zuiver blijven in wat we wel en niet van een burgemeester mogen verwachten.