Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Masterclass: Diploma democratie: een maatschappij met meerdere lagen?

vrijdag 20 april 2012, 14:32
gewijzigd

In Nederland heeft dertig procent van de bevolking een hogere opleiding gevolgd, terwijl zeventig procent niet hoger is opgeleid. Nederland is een diploma democratie. Dit betekent dat mensen die actief zijn in de politiek in meerderheid een hogere opleiding hebben gevolgd.

In het Nederlandse parlement heeft negentig procent een hogere opleiding gevolgd, terwijl dat percentage in het kabinet honderd is. Twee procent van de Nederlandse bevolking is lid van een politieke partij en partijleden zijn voornamelijk mensen die een hogere opleiding hebben genoten. Het algemene beeld dat uit onderzoek naar voren komt, is dat mensen met een hogere opleiding eerder geneigd zijn zich aan te sluiten bij maatschappelijke organisaties.

Er bestaat een spanning tussen democratie en meritocratie. Dit veroorzaakt een nieuwe scheiding in de maatschappij. Het beeld is, dat hoger opgeleide mensen de neiging hebben zich meer te interesseren voor issues die een link hebben met milieu en onderwijs, terwijl lager opgeleide mensen meer geneigd zijn zich bezig te houden met hun eigen buurt en misdaad als gekeken wordt naar de zaken die op hun prioriteitenlijstje staan.

Een andere scheiding betreft die waarbij onderwerpen als immigratie, integratie, misdaad en de EU van belang zijn. Deze cesuur heeft een duidelijk negatieve connotatie bij lager opgeleide mensen. Het beeld van politici dat lager opgeleide mensen hebben, is dat politic doen alsof ze voor het algemeen belang bezig zijn, maar dat ze op zijn minst ook hun eigen belang goed in de gaten houden of dit zelfs dominant laten zijn bij hun handelen.

Als we kijken naar de supporters van Nederlandse politieke partijen, hetzij als lid of stemmer op die partijen, dan wordt duidelijk dat het CDA en de PvdA beiden gesteund worden door mensen doe zowel hoog als laag opgeleid zijn. Dit betekent dat die partijen deze twee uiteenlopende groepen moeten verzoenen met hun (voorgestelde) beleid.

Andere partijen hebben minder problemen wat dit betreft. D66, Groen Links en de VVD appelleren alle drie aan de hoger opgeleiden. PVV en SP appelleren beide aan de lager opgeleiden. Een andere scheiding tussen hoger en lager opgeleide mensen is dat hoger opgeleiden meer open staan voor internationale zaken en beleid, terwijl de lager opgeleiden meer nationalistisch zijn ingesteld.

We zien hier een scheiding tussen D66 en Groen Links die meer internationaal zijn ingesteld en de PVV die nationalistisch is. CDA, PvdA en VVD zijn op dit punt intern verdeeld. Vijf trends kunnen worden onderscheiden in Nederland en de EU. Er is een beleid richting meer soberheid. De macht van de media is enorm toegenomen.

Dit resulteert in meer transparantie met gevolg dat de burger een bredere blik op de maatschappij kan verwerven. De opkomst van de sociale media speelt hier tevens een rol. Voorts is de opkomst van de “afreken-staat” van belang. Resultante is dat er meer en harder in de politieke sfeer wordt afgerekend. Ten koste van vertegenwoordiging is verantwoorden een dominant issue geworden. Het politieke discours is veranderd naar wantrouwen, afschuw en gebrek aan respect.

Wat kan gedaan worden om een meer representatieve democratie te krijgen? Burgerschap kan gestimuleerd worden door middel van burgerschapscursussen. Participatie kan gestimuleerd worden door nieuwe vormen van invloed van het electoraat zoals referenda. Representatie kan gestimuleerd worden door burgerfora en legitimiteit kan verbeterd worden door het bestrijden van sociale ongelijkheid.

Bij al deze zaken is communicatie van groot belang. Hierdoor ontstaat een beter inzicht en een opener samenleving met meer wederzijds respect. Tenslotte zou een serieuze inspanning gedaan moeten worden meer lager opgeleid mensen te betrekken bij het maatschappelijk en politieke leven.

De discussie tijdens deze Masterclass richtte zich op de vraag of diploma democratie goed of slecht is. Het werd als bijna onvermijdelijk gezien. Onderwijs is belangrijk en geeft inzicht in fundamentele zaken in de maatschappij en de democratie. Hoger onderwijs hoeft echter geen voorwaarde te zijn voor deelnamen in een democratie. Besluitvorming zou toegankelijk moeten zijn voor iedereen onafhankelijk van opleidingsniveau of plek op de maatschappelijke ladder.

De participatie van meer burgers in een democratie, verzegeld door beter inzicht zou tevens een bredere blik kunnen genereren op supranationale issues en meer begrip kunnen kweken tussen naties en staten.