Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Hoe sterk staat Rutte III?

dinsdag 14 november 2017, 11:41
v.l.n.r. Bram van Ojik, Emilie van Outeren, André Rouvoet, Peter Bootsma en Max van Weezel

DEN HAAG (PDC) - De afgelopen formatieperiode duurde langer dan ooit. Toch hoeft het niet zo moeilijk te zijn: een coalitie vormen is gewoon de vier p’s van partijen, programma, portefeuilleverdeling en personen invullen, aldus Peter Bootsma tijdens de opening van het debat dat gisteren plaatsvond in Nieuwspoort. Hij ging in gesprek met Bram van Ojik, Emilie van Outeren en André Rouvoet over de kabinetsformatie en het regeerakkoord van Rutte III.

Na de verkiezingsavond in maart lag het voor de hand dat GroenLinks bij de onderhandelingen zou aansluiten, vanwege de grote winst die de partij had geboekt. Er is echter een verschil tussen meepraten en meeregeren, stelt moderator Max van Weezel. Ondanks de winst zou GroenLinks de junior-junior partner zijn. ‘Ik had liever gezien dat CDA, D66 en GroenLinks alle drie rond de zestien zetels hadden gehad,’ aldus Bram van Ojik.

Toch kan de kleinste van de coalitiepartijen wel degelijk invloed uitoefenen. Emilie van Outeren ziet het stempel van de ChristenUnie op verschillende terreinen terug in het regeerakkoord. De partij heeft zich bijvoorbeeld sterk gemaakt voor ontwikkelingssamenwerking. Ook kan de ChristenUnie bij medisch-ethische kwesties D66 afremmen. Anderzijds heeft de kleinste partij het bij de portefeuilleverdeling afgelegd tegen de grotere partijen.

Op de vraag hoe lang de disciplinerende werking van het regeerakkoord standhoudt, reageren de sprekers vrij eensgezind. André Rouvoet meent dat het spannend wordt wanneer er over een bepaald onderwerp geen afspraken zijn gemaakt, zoals een onvoorziene toename van het aantal vluchtelingen of een medisch-ethische zaak. Dan kunnen de partijen hun eigen gang gaan. In zo’n geval wordt de stevigheid van de coalitie getest.