Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De Europese Commissie in 2017: voorbij de crisis of de crisis voorbij?

Voor de Europese Commissie verliep 2017 beduidend voorspoediger dan het eraan voorafgaande jaar. Dat blijkt alleen al als we de Staat van de Unie, de jaarlijkse rede van de Commissievoorzitter in het Europees Parlement, van 2016 en 2017 met elkaar vergelijken. Waar voorzitter Juncker in september 2016 nog repte van een ‘existentiële crisis’ in de EU, sprak hij een jaar later van ‘wind in onze zeilen’ en ‘Europa aan de beterhand’. Een aantrekkende economie en voor Europa gunstige verkiezingsuitslagen in Oostenrijk, Nederland en Frankrijk deden het tij keren. Eind september, kort na de Staat van de Unie, voegde ook Duitsland zich in dit rijtje, al was Bondskanselier Merkels verkiezingsresultaat minder overtuigend dan aanvankelijk voorspeld.

En dat terwijl 2017 in mineur was begonnen. De crisismomenten regen zich aaneen: de onmogelijkheid van een acceptabele verdeling van vluchtelingen en migranten over de lidstaten; een persistent gebrek aan vertrouwen bij een deel van de burgerij; terroristische aanslagen; aanhoudende zorgen omtrent de veerkracht van de Eurozone; onenigheid met Turkije; ruzie met Rusland over Syrië en de Oekraïne; rechtsstaat-ondermijnende activiteiten door de regeringen in Polen en Hongarije; en uiteraard de met veel onzekerheid gepaard gaande Brexit, waarover de onderhandelingen op dat moment nog moesten beginnen.

De toekomst van Europa

De stemming in Brussel was bijgevolg somber en de viering in maart van 60 jaar Verdrag van Rome verliep minder feestelijk dan de Commissie had gehoopt. Volgens sommige bronnen overwoog Juncker zelfs het bijltje erbij neer te gooien. Dat gebeurde echter niet. Juncker en Timmermans besloten in plaats daarvan de discussie over de gewenste vorm van Europese integratie aan te zwengelen door de lancering van een Witboek over de toekomst van Europa. De in het Witboek ontvouwde vijf scenario’s kregen aanvankelijk veel aandacht en een tamelijk positief onthaal, maar in praktische zin zetten ze geen zoden aan de dijk. Terwijl Juncker hoopte ruimte te creëren voor een debat over een Europa van meer snelheden, lieten de OostEuropese landen onmiddellijk weten daar geen behoefte aan te hebben, uit angst voor een nieuw ‘IJzeren gordijn’.

Toch was er sprake van een voorzichtige opklaring. Martin Selmayr, Junckers kabinetschef, maakte begin mei de balans op van 2.5 jaar Juncker-Commissie (halverwege de termijn) en noemde als resultaten: een door vele lidstaten gewenste vermindering van het aantal wetsvoorstellen; voorzichtig herstel van de Griekse overheidsfinanciën; het handelsakkoord met Canada; de banengroei in Europa, gestimuleerd door de aantrekkende economie; en het verregaand terugdringen van de vluchtelingenstroom.

Herstel van de Frans-Duitse as?

Een grote doorbraak was het aantreden in dezelfde maand van de Franse president Emmanuel Macron, die een onverhuld pro-Europese agenda presenteerde. Macron werd door sommigen aangeduid als ‘geestelijke zoon van Juncker’. Zijn Sorbonne-rede ‘Initiatief voor Europa’ van eind september vertoonde inderdaad opvallende overeenkomsten met Junckers twee weken eerder uitgesproken Staat van de Unie. Zo pleitten beiden voor de instelling van een minister van Financiën voor de Eurozone, versterkte Europese defensiesamenwerking, uniforme asielregels en een leidende Europese rol in de strijd tegen klimaatverandering.

Junckers fortuin kan zelfs nog groeien nu Duitsland eind 2017 afkoerst naar een coalitie CDU/CSU-SPD, na de mislukking van de Jamaica-onderhandelingen (met de Europa-kritische FDP) . Een Duitse regering met sociaaldemocraten zou wel eens gemakkelijker tot afspraken over Europese hervormingen met Macron kunnen komen. Toch is herstel van de Frans-Duitse samenwerking niet alleen maar goed nieuws voor de Commissie. Meer dan op de Commissie zal het oog van Berlijn en Parijs gericht zijn op een krachtige Europese Raad. Raadsvoorzitter Tusk wordt daarbij gezien als gemakkelijker aan te sturen dan de soms onvoorspelbare Juncker.

Een Politieke Commissie?

Verder valt op dat vele van de (toch al sterk in aantal teruggelopen) Commissievoorstellen lange tijd in de pijplijn blijven zitten door gebrek aan besluitvaardigheid in de Raad van Ministers. Ook dat beperkt de slagkracht van de Commissie. Een Commissie die bovendien nog altijd moeite heeft om op treden tegen Eurozone-landen met ontoelaatbare begrotingstekorten, waaronder Frankrijk. Tenslotte moet worden vastgesteld dat Junckers bij het begin van zijn termijn uitgesproken ambitie een ‘politieke Commissie’ te vormen tot op heden onvoldoende verwezenlijking heeft gevonden. Opvallend was de totale stilte die recent over Brussel neerdaalde toen Catalonië zich van Spanje dreigde af te scheiden. Dit past in een patroon: de lidstaten zien de Commissie liever in de rol van uitvoerder en toezichthouder dan van actor met een eigen politieke agenda.