Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nederland mag blij zijn met Frans Timmermans

maandag 18 december 2017, analyse van Jaap de Zwaan

Als ‘eerste’ Vice-Voorzitter heeft Timmermans een ‘horizontale’ verantwoordelijkheid. Hij begeleidt de werkzaamheden van ‘alle’ commissarissen, met een speciale verantwoordelijkheid voor justitie, migratie, binnenlandse zaken en burgerschap. Timmermans bewaakt voorts de relevantie en de kwaliteit van de wetgeving, en let in dat verband in het bijzonder op de juiste toepassing van de beginselen inzake subsidiariteit en proportionaliteit. Inzake ‘better law-making’ is bijvoorbeeld op 13 april 2016 een Interinstitutioneel Akkoord tot stand gekomen. Timmermans heeft ook een verantwoordelijkheid voor het onderhouden van interinstitutionele betrekkingen en de contacten met nationale parlementen. Tenslotte houdt hij het register van lobbyisten in Brussel bij.

Bepaald geen gemakkelijke portefeuille! Kort gezegd gaat Timmermans over het ‘proces’ binnen de Commissie, de institutionele ‘omgeving’ van de Commissie en over een aantal actuele, maar ook moeilijke, dossiers. Timmermans heeft veel energie, komt bij presentaties snel tot de kern en kan ook goed uitleggen (zie laatstelijk, de uitzending van Buitenhof op 10 december). En dan die talenkennis, van dat soort van mensen hebben we er niet teveel in Europa!

In 2017 heeft Frans Timmermans zich inhoudelijk in het bijzonder beziggehouden met twee cruciale dossiers, migratie en de rule of law.

Migratie

Migratie is een probleem dat direct verband houdt met de werking van de interne markt, het betreft namelijk de externe dimensie van het personenverkeer binnen de Unie. Een problematiek dus die alle lidstaten aangaat en die ook gemeenschappelijk moet worden aangepakt en opgelost. Dat er nog (steeds) geen adequate oplossingen zijn gevonden o.a. voor de eerste opvang van migranten, ligt zeker niet aan de Commissie. De Commissie komt wel degelijk met ideeën en voorstellen. Het zijn veeleer de lidstaten die nalatig zijn bij het ontwikkelen van een fair maar effectief migratiebeleid. Daarnaast komen zij gemaakte afspraken nogal eens niet na.

Rule of law

De rule of law raakt aan de essentie van de samenwerking. Het rechtstaat-beginsel betreft ook een van de minimumvoorwaarden van het lidmaatschap van de Unie. Het is goed dat Timmermans lidstaten die vermoed worden in strijd met de rechtsstaat te handelen 'achter de broek' zit. Het is ook goed dat hij daarbij zoveel mogelijk de weg van de dialoog kiest. Die route is vaak effectiever dan puur spelen op de procedure. Als het echter niet anders kan, moet het Hof van Justitie worden ingeschakeld. Overigens mag eraan herinnerd worden dat de lidstaten in dit soort van netelige zaken ook een verantwoordelijkheid hebben. Het feit dat de Commissie hier het voortouw neemt, valt te prijzen.

De derde 'schil'

De Commissie kan veel, maar kan geen wonderen verrichten. Laten we niet vergeten dat de rol van de Commissie in wezen de derde ‘schil’ van de EU-besluitvorming betreft. De lidstaten stellen –in de verdragen- de taken en doelstellingen van de Unie vast. Daarna is het aan de Europese Raad om prioriteiten te bepalen en politieke beleidslijnen uit te zetten. Het is dan in de volgende, derde, fase dat de ‘supranationale’ karakteristieken van de besluitvorming in beeld komen: het recht van initiatief van de Commissie, de (gekwalificeerde) meerderheidsbesluitvorming in de Raad en de medewetgevende bevoegdheid van het Europees Parlement.

De Commissie implementeert derhalve de doelstellingen die de lidstaten zelf hebben vastgesteld. Zij neemt daarbij de opdrachten en wensen van de Europese Raad in acht. De rol van de Commissie bij dat alles is cruciaal. Bij het doen van voorstellen wordt zij immers geacht het algemeen belang van de Unie te behartigen.

Het ‘toekomst’-debat

In zijn algemeenheid vervult de huidige Commissie haar rol goed. Ook de Commissie-inbreng in het ‘toekomst’-debat is constructief. Nadat Jean-Claude Juncker in maart 2017 zijn White Paper had voorgelegd, presenteerde hij meer uitgewerkte voorstellen in zijn ‘State of the Union’ voor het Europees Parlement in september. Dat sommige regeringsleiders al meteen lieten weten niet blij te zijn met een aantal van die voorstellen, zegt niet zozeer iets over de kwaliteit van de betreffende Commissievoorstellen. Het zegt veeleer iets over de kortzichtigheid van de betrokken politieke leiders en hun gebrek aan betrokkenheid bij de discussie.

Gegeven de uitdagingen waarvoor de Unie staat (economische crisis, geopolitieke conflicten, migratie, terrorisme, euroscepticisme en de Brexit, om er maar een paar te noemen) is duidelijk dat er iets moet gebeuren. Het is aan de lidstaten om keuzes te maken: willen we meer Europa of minder? Overigens valt te betwijfelen of die keuzes daadwerkelijk gemaakt zullen worden wanneer de staatshoofden en regeringsleiders de Leaders’ Agenda van Donald Tusk zullen afwerken. We gaan het zien.

Bij dit alles is duidelijk dat een fors deel van de credits voor het, in het algemeen adequate, optreden van de Commissie toekomt aan Frans Timmermans. Hij stelt zich onafhankelijk op, heeft een visie en draagt die uit, kent de beperkingen van de Commissie-rol en heeft gevoel voor politieke haalbaarheid. Frans Timmermans draagt aldus in aanzienlijke mate bij aan het gezag van de Commissie Juncker. Daarbij is hij ook nog eens een grote steun voor de persoon van de Commissievoorzitter zelf.

Nederland mag blij zijn zo iemand als lid in de Europese Commissie hebben. We gaan nog veel van Frans Timmermans horen!

Jaap de Zwaan is emeritus Hoogleraar Europees Recht aan de Erasmus Universiteit en oud-lector Europese Integratie bij De Haagse Hogeschool