Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

"Brussel besluit - en wij zijn tegen"

Deze bijdrage is gebaseerd op de intreerede van de auteur als lector The Changing Role of Europa aan de Haagse Hogeschool.


“Nederland is tegen een Europees leger” (1). Tijdens zijn wekelijkse persconferentie op vrijdag 16 november jl was minister-president Rutte niet mis te verstaan. Eerder had ook de minister van Defensie al aangegeven dat Nederland "gaat over de eigen militaire inzet”.

Geen nuance

Het zijn uitspraken die te denken geven. Relevante wedervragen zijn of nota bene het Duitse parlement niet zou gaan over de militaire inzet - maar ook: wat deze stellige ontkenning van doen heeft met de dagelijkse realiteit van besprekingen in Brussel? Daar onderhandelen immers elke week in het Raadsgebouw militaire experts, mede namens het ministerie van Defensie aan het Plein, over de vraag hoe tanks hun weg zouden moeten vinden over doorgaande wegen vol rotondes. Onder de politieke verantwoordelijkheid van dit kabinet wordt gesproken over een Europese defensiefonds en het concept ‘strategische autonomie’. Daarbij is de interessante puzzel niet zozeer een keuze voor of tegen NAVO of EU, maar: hoe strategisch en hoe autonoom.

Beide bewindslieden kiezen er duidelijk niet voor, pers en publiek mee te nemen in deze nuance, deze puzzel. In mijn intreerede als lector Changing role of Europe aan de Haagse Hogeschool, op 6 november jl., heb ik dit voorbeeld van het Europese leger gebruikt. Een tweede voorbeeld is dat van de brandstofstickers, die blijkens de media-berichtgeving door de EU onverhoeds over onze tankstations worden uitgerold. Het ministerie van Infrastructuur kiest er niet voor om het eigen aandeel in de onderhandelingen over de richtlijn uit 2014 te benadrukken (2). Dat is opmerkelijk omdat de Nederlandse delegatie tijdens de onderhandelingen over het voorstel vijf jaar geleden voor uniforme brandstoflabels was, en daar ook in het parlement in 2013 geen kritische vragen over zijn gesteld. Het is dus een eigen wens, die via Europa wordt gerealiseerd.

Het zijn aansprekende voorbeelden; blijkens de hoorbare reacties die zij uitlokten bij het publiek in de volle aula. De EU mag dan bijna zeventig jaar werken aan het gezamenlijk oplossen van problemen en reeds enkele decennia stoelen op gezamenlijke beleidscoordinatie, gedeelde soevereiniteit, meerderheidsbesluitvorming en compromisvorming - ook de nieuwe generatie Haagse politici wil er - uitzonderingen daargelaten - niet van weten. Het discours is ook eind 2018 nog zwart-wit; wij gaan er zelf over, en zijn ‘dus’ tegen een Europees leger.

Vier problemen

Hoe kan dat nu? De mist ontstaat niet door een gebrek aan kennis, ook al is ‘ze begrijpen het gewoon niet’ een voor de hand liggende reactie. Meer Masterclasses voor bestuurders en politici (over hoe DG’s van de Europese Commissie, werkgroepen in de Raad van Ministers en rapporteurs in het Europees Parlement samenwerken) of het investeren in de informatiepositie van het parlement zijn nodig, maar geen panacee voor het op korte termijn ontwikkelen van een reëler Europees discours van bestuurders of politici. Er spelen tenminste vier taaie problemen, die ik hier kort uitlicht.

Ten eerste, de taal - oftewel het strategisch gebruik van gekoesterd Haags EU-jargon. Het BNC-fiche over het cohesiebeleid verhult mogelijk fundamentele verschillen van inzicht in het standpunt over een nieuw EU-voorstel tussen regionale en nationale beleidsmakers. Een Europese inzetbrief over de toekomst van EU-fondsen zou ongetwijfeld meer oren doen spitsen.

Ten tweede, verkokering. Het in een koker van Europa-correspondenten, internationale afdelingen en Europese koepels van brancheorganisaties laten behandelen van Europese processen, zonder de vanzelfsprekende personele roulatie of informatie-uitwisseling met hen die zich bezighouden met het ‘nationale’ of ‘lokale’ proces.

Ten derde - tijd; bijvoorbeeld de constatering dat nationale en de Europese politiek vaak niet op elkaar zijn aangesloten. Waardoor parlementaire fractiespecialisten hun aandacht richten op enkele minuten spreektijd over een volle agenda van voorziene Raadsbesluiten. Terwijl een fractie die het slim organiseert, de aandacht van de achterban ook had kunnen richten op het invullen van de (ja, ook aan het Binnenhof geagendeerde) consultatie over de Zomer-of Wintertijd, of afstemt met de Eurofractie over amendementen in het Europees Parlement.

Tot slot benoemde ik het taboe op terugkijken; waardoor debatten altijd gaan over de volgende Raad, in plaats van over het compromis dat ervoor werd bereikt. Ook de Tweede Kamer doet hieraan mee, door verslagen van Raadsvergaderingen standaard te laten agenderen voor het eerstvolgende Europese AO, in plaats van voor een ‘nationaal’ debat met de minister de week erna.

Verbinding en verantwoording

Dat Europese begrotingsregels nu onze politieke speelruimte bepalen en een groot deel van de nationale wet- en regelgeving gezamenlijk met EU-landen wordt bepaald - doet niets af aan die kunstmatige scheiding die er nog steeds bestaat tussen Europees en nationaal. Niet alleen in het parlement maar ook in heel veel lobbykantoren, provincies en ministeries. Dat er sprake moet zijn van meer integratie van de Europese dimensie blijkt onder meer uit het managementprogramma van de top van onze Rijksdienst, waarbij de Europese dimensie niet is geïntegreerd in leerateliers over beleid en toezicht, maar wordt behandeld in een werkbezoek Bussel en een jolige onderhandelingsimulatie.

Een betere vorm van verbinding wordt gevormd door het inmiddels bekende HYPE-programma, van onderop vormgegeven vijf jaar geleden (3). In veel Nederlandse organisaties werken HYPERS die hun collega’s door het Europese jargon meenemen richting de vanzelfsprekende samenhang tussen beleid dat in Brussel en op het provinciehuis wordt gemaakt. Maar noch deze jonge voorhoede, noch inspirerende bestuurders als de Brabantse Commissaris van de Koning Wim van de Donk (die het IPO-congress in Brussel toesprak) kunnen het alleen.

Naast verbinden en vertalen, is mijn intreerede ook een pleidooi voor verantwoording. Wie bevraagt politici en bestuurders op hun Europese keuzes? De media, die persberichten klakkeloos overtypen, maar ook belangenorganisaties zoals de BOVAG, die in genoemde casus naar Europese besluitvorming verwees, hebben hier nog een slag te maken (4).

Rondje rond de Europese kerk

De komende jaren wil ik inzetten op de verbinding tussen de Haagse campus van de Universiteit Leiden en de Haagse Hogeschool. Op beide locaties van hoger onderwijs in deze stad wordt lesgegeven in Europees recht, politiek, geschiedenis en beleid, en werken docenten en studenten aan Brusselse werkbezoeken, casuïstiek of simulaties. Ik zie daar (als langjarig docent in de MA Europese studies in Leiden en als nieuwe lector (‘praktijkprof’) aan de Haagse Hogeschool) vanzelfsprekend synergie. Zodat zowel universitair docenten als HBO-docenten zichzelf kunnen specialiseren, in plaats van steeds hetzelfde rondje rond de Europese kerk te maken.

Vanzelfsprekend krijgen universitaire studenten een solide theoretische basis in de internationale betrekkingen en de Europeanisering. Maar als het gaat om praktijkgericht onderwijs in de Europese studies, rechten en bestuurskunde kan het wetenschappelijk onderwijs leren van het hoger beroepsonderwijs, in onze stad: de Haagse Hogeschool. Zodat nationale en internationale studenten een rijker keuzemenu krijgen in het Haagse hoger onderwijs. Deze verbinding geldt ook voor het onderzoek; bijvoorbeeld over politieke en bestuurlijke sturingsconcepten in Europees toezicht en beleid; democratische legitimiteit of internationale juridische governance.

Mijn ambitie is dat in Den Haag in de komende jaren een kenniscentrum ontstaat, voor Europees onderzoek en onderwijs voor de praktijk. Waar een groeiende groep onderzoekers, docenten, studenten, professionals van HBO en universiteiten gezamenlijk bijdragen aan de professionele grip op Europa.

Begin 2019 verschijnt bij Boom Uitgevers op basis van deze intreerede een handzame leidraad voor EU professionals. Op de hoogte blijven? Stuur een mailtje naar creu@hhs.nl en we laten je weten wanneer het boek te bestellen is.

1.

Deze bijdrage stond in