Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Lerende raadsleden

Raadsleden hebben het lastig. Gemeenten worden groter, soms bestaat een gemeente uit veel kernen, beleid wordt er niet eenvoudiger op, in elk geval niet eenvoudiger uit te leggen. Als raadslid word je geacht het te behappen - in de avonduren. Het raadslidmaatschap is [op goede gronden] een bijbaan. Wie in de gemeenteraad wil, moet het in z’n vrije tijd doen.

Het raadslidmaatschap is misschien nooit een sinecure geweest, maar anno 2018 zeker niet. Ook van lokale volksvertegenwoordigers zijn ‘we’ meer gaan verwachten. Dat ze aanspreekbaar zijn, benaderbaar. Dat ze luisteren. Dat ze doen wat ‘we’ willen. Dat ze B&W controleren en beleid uitstippelen en naar burgers luisteren.

Om dat in goede banen te leiden - ja, het gaat over het befaamde democratisch draagvlak - is inspraak ‘uitgevonden’. Dat heeft in de loop der jaren heel wat vormen gekregen. Uiteenlopend van het betrekken van ‘stakeholders’ bij de vaststelling van nota’s tot publieke inloopavonden.

Meer recent zijn er nieuwe, verdergaande vormen van burgerparticipatie ontwikkeld.

Maar na de eerste euforie over G1000’s lijkt het te stokken. Wellicht heeft de gemeenteraad iets aan gezag teruggewonnen is, iets waaraan misschien de hogere opkomst voor de verkiezingen in maart is toe te schrijven. Misschien was de ‘beweging’ ook te ‘losjes’. Initiatieven die niet ook gedeeld worden door raad en B&W lijken in elk geval weinig kans van slagen lijken.

Het zou wel eens dieper kunnen zitten - en alles te maken kunnen hebben met het economisch herstel. Uit onderzoek blijkt dat het publieke vertrouwen in politieke instellingen na de Grote Dip 2008-2014 is toegenomen. Als het beter gaat, het optimisme de toon zet, de ingrepen minder hard zijn, de keuzes minder scherp zijn, ligt een grotere tevredenheid voor de hand - ook met de reguliere, beproefde vormen van democratie, zowel nationaal als lokaal.

En, misschien dragen burgerschapsinitiatieven er ook wel toe bij dat we als burgers ons nog beter realiseren dat er nu eenmaal keuzes moeten worden gemaakt: we kunnen niet allemaal blijven autorijden en tegen de aanleg van een weg zijn.

Burgerparticipatie is niet alleen maar ‘mooi’. Het gaat soms hand in hand met depolitisering. Je kunt zo een heleboel kwesties proberen weg te poetsen – onder het tapijt van veel inspraak & participatie. Er is nog een nadeel: het kan ook ontaarden in een vorm waarbij een minderheid z’n zin weet door te zetten. Er zijn nogal wat voorbeelden op te sommen. Over tramlijnen-die-er-niet-kwamen, over ongewenste windmolens-in-de-achtertuin, over soms ogenschijnlijk kleinere zaken als fietsroutes in de binnenstad.

Voor raadsleden wordt het er per saldo niet eenvoudiger op. Democratisering blijkt bewerkelijk, hoogst bewerkelijk. Als inspraak en andere vormen van burgerparticipatie niet het panacee voor de kwaal zijn, blijft er weinig anders op dan terug te vallen op zichzelf - op eigen kracht, vaardigheid en visie.

Het raadslidmaatschap kun je ook leren.

Dit is een voorpublicatie uit een (nieuwe) bundel van het Montesquieu Instituut – over lokale democratie – die in september verschijnt.

1.

Deze bijdrage stond in