Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Verkiezingen en Corona: een Europese vergelijking

Op 21 juni vonden de uitgestelde parlementsverkiezingen in Servië plaats. Aanvankelijk waren die gepland voor 26 april 2020, maar uitstel had plaatsgevonden vanwege de noodtoestand door het coronavirus. De opkomst was met 50% erg laag, waarvoor in het algemeen twee oorzaken worden aangewezen: een boycot door oppositiepartijen vanwege de afwezigheid van vrije en eerlijke verkiezingen, maar tevens angst voor besmetting, ook al was er in stembureaus gezorgd voor mondkapjes, desinfectie en handschoenen.

Er zijn in tal van landen meer verkiezingen uitgesteld, waaronder: de tweede ronde van de gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk gepland op 22 maart (uitgesteld tot 28 juni); parlementsverkiezingen in Galicië en Baskenland in Spanje (gepland voor 5 april, uitgesteld tot 12 juli), en presidentsverkiezingen in Polen (gepland voor 10 en 24 mei, uitgesteld tot 28 juni). Dat ging allemaal op zijn zachts gezegd erg ad hoc.

Hoe uitstel niet moet

Vooral het Poolse uitstel liet zien hoe uitstel en de procedure daaromheen willekeurig kunnen zijn en tot schade aan het proces kunnen leiden en tot frustratie bij oppositiepartijen/-kandidaten. Dat gold daar de procedure (de geplande verkiezingen op 10 mei vonden gewoon effectief niet plaats, wat niet conform de regels was, maar wel leidde tot de noodzaak om ze op een later moment te houden). Sommige kandidaten en partijen kunnen door zulk een uitstel in problemen komen, bijvoorbeeld omdat het campagnebudget was opgemaakt in de aanloop naar de aanvankelijke verkiezingsdatum. Of het blijkt dat het coronatijdperk ertoe leidt dat effectief geen campagne kan worden gevoerd, te meer niet als de media (zoals in Servië en Polen) vooral gecontroleerd worden door de meerderheidspartij. Dan is de regeringspartij/meerderheidspartij/zittende kandidaat meer in het nieuws dan de oppositiekandidaten, wat de fairness van de verkiezingen schaadt.

Hoe te handelen?

Er is dus veel voor te zeggen om een regeling te hebben voor door een pandemie genoodzaakt uitstel van verkiezingen: zo’n regeling zou moeten gaan over de vraag of uitstel wel echt noodzakelijk is, of niet veeleer verkiezingen zouden moeten kunnen plaatsvinden door middel van electronisch stemmen of stemmen per post, en hoe om te gaan ware met campagnes en de kosten daarvan, en toegang tot de media, en dan ook vooral voor alle partijen en kandidaten. Ook kan gedacht worden aan besluitvorming over een noodzakelijk geacht uitstel bij gekwalificeerde meerderheid, zodat niet alleen de zittende (soms krappe) meerderheid het besluit neemt maar zo’n besluit breed gedragen wordt, waarmee misbruik kan worden voorkomen.

Nederland

Op 22 mei zond de minister van BZK een brief aan de Tweede Kamer waarin wordt aangekondigd dat scenario’s worden onderzocht voor het geval aankomende verkiezingen in de problemen zouden kunnen komen door het coronavirus. Het gaat daarbij om verkiezingen vanwege gemeentelijke herindelingen (najaar 2020), verkiezing voor de eilandsraadvan Sint Eustatius, en de voor 17 maart 2021 voorziene verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Onderdeel van het onderzoek zoals dat is aangekondigd, is de inrichting van stembureaus en procedures voor het telproces en de mogelijkheid van briefstemmen. De minister wijst er op dat voor beperkt uitstel in sommige gevallen de wetgeving er al in voorziet (gemeentelijke herindelingen), maar dat voor langer uitstel een wettelijke voorziening nodig is. Voor de eilandsraad is een Koninklijk Besluit nodig waarbij een datum wordt bepaald; en voor de Tweede Kamer zou de wetgever kunnen beslissen tot uitstel tot uiterlijk maart 2022.

Slotsom

Inderdaad lijkt het mij goed de verschillende opties te onderzoeken, waarbij de allereerste voorkeur moet zijn dat verkiezingen ‘gewoon’ doorgang hebben, en dat daarbij ook allereerst wordt bezien om briefstemmen of elektronisch stemmen mogelijk te maken, naast het coronaproof maken van stembureaus (mogelijk zelfs meer en grotere stembureaus), en door goede voorzieningen te treffen voor het telproces.

Alleen daarna zou overwogen kunnen worden of een uitstel nodig is, bijvoorbeeld als campagnes niet breeduit gevoerd kunnen worden, met uitdrukkelijk de afspraak om alleen tot uitstel te besluiten bij ruime meerderheid. Dit soort fundamentele zaken verdient brede steun, van meer dan alleen de regeringsfracties.

En dan resteert nog de vraag: wat als na een uitstel van de Tweede Kamerverkiezingen, verkiezingen voor maart 2022 ook niet mogelijk zijn? Om dat te voorkomen is het belangrijk te voorzien in procedures, stemmogelijkheden en campagnefaciliteiten die het mogelijk maken dat het kandideringsproces en het stemproces voortgang kunnen vinden. Uitstel alleen als ultimum remedium en nadat alle andere mogelijkheden zijn onderzocht en ingezet.

 

Aalt Willem Heringa is hoogleraar (vergelijkend) constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit Maastricht.