Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Lokale partijen en hun electoraat: een sterkere lokale democratie?

maandag 30 november 2020, 13:00, Interview met Gerrit Voerman door Thijs Heezen

“Een groeiende groep kiezers is van mening dat de lokale partijen een betere bijdrage kunnen leveren aan de lokale democratie”

Lokale partijen zijn al in opkomst sinds de jaren negentig en wonnen ook onlangs bij de herindelingsverkiezingen in Groningen en Noord-Brabant weer flink. Het Montesquieu Instituut ging in gesprek met Gerrit Voerman, hoogleraar ontwikkeling en functioneren van het Nederlands en Europees partijstelsel, tevens directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Lokale partijen staan dichter bij de burger en hebben een beter gevoel van wat er speelt

Voerman valt meteen met de deur in huis: “De opkomst van de lokale partijen heeft te maken met het functioneren van de gemeentelijke democratie en de rol van de landelijke partijen daarin – of het beeld dat daarvan bestaat. Nogal wat lokale partijen zijn bezorgd over hoe het gemeentelijk bestuur functioneert. Zij hebben daarover een uitgesproken mening; ze vinden dat de afdelingen van de landelijke partijen te ver van de lokale samenleving afstaan. Lokale partijen menen dat zij dichter bij de burger staan en beter aanvoelen wat er speelt. Dat is in de kern de verklaring van de aanhoudende electorale groei van de lokale partijen: steeds meer kiezers zijn van mening dat lokale partijen een betere bijdrage leveren aan de lokale democratie. Landelijke partijen zouden te ver afstaan of een ideologische bril ophebben, terwijl het in de gemeenten doorgaans om praktische problemen gaat.”

Gezien die lokale invalshoek kunnen de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen niet zo maar op de landelijke politiek worden betrokken. ”Je moet bij de raadsverkiezingen onderscheid maken tussen verschillende categorieën kiezers. Een deel laat zich leiden door hun landelijke voorkeur en stemt bij de raadsverkiezingen op dezelfde partij als bij de Tweede Kamerverkiezingen (als die partij tenminste aan de raadsverkiezingen deelneemt). Er is echter ook een groep kiezers die zich wel specifiek laat leiden door lokale overwegingen. Een deel daarvan kan dan alsnog bij een landelijke partij terecht komen. Een ander deel meent daarentegen dat deze landelijke partijen geen verrijking zijn van het lokale politieke bestel en stemt op een lokale partij.”

Populisme op lokaal niveau verschilt van landelijk populisme

“De opstelling van een deel van de lokale partijen lijkt wel op die van de populistische partijen op nationaal niveau, zoals PVV of FvD. Ze kritiseren allemaal het politieke establishment en de traditionele landelijke partijen. PVV en FvD hebben echter geen lokale afdelingen en doen nauwelijks mee aan de raadsverkiezingen, waardoor ze ruimte bieden die lokale partijen kunnen vullen.”

Moeten we ons zorgen maken over deze ontwikkelingen? “Als kiezers zich beter vertegenwoordigd voelen door lokale partijen dan door de landelijke partijen, dan is daar wat mij betreft niets op tegen, ook niet als het om populistische partijen gaat. Door zich af te zetten tegen andere, vaak gevestigde partijen houden zij die scherp en stimuleren ze die om open te staan voor de preferenties van de kiezers. Een risico is wel dat te scherpe of ongebaseerde kritiek afbreuk kan doen aan het vertrouwen in de politiek en zo het cynisme kan bevorderen of de legitimiteit van democratische instellingen kan ondermijnen – zoals bijvoorbeeld Wilders deed toen die over een ‘nepparlement’ sprak. Kiezers die ontevreden zijn met de landelijke politiek zullen vaker op lokale partijen stemmen. Lokale partijen proberen daarvan zeker gebruik te maken. Aan de andere kant maken ze steeds vaker deel uit van het college van burgemeester en wethouders, wat in zekere zin ook weer een lesje in nederigheid inhoudt: besturen is iets anders dan oppositie voeren en je afzetten tegen het establishment.”

Zou de coronacrisis van invloed kunnen zijn op de positie van de lokale partijen? “Een substantieel deel van het electoraat van de lokale partijen staat min of meer wantrouwend tegenover de Haagse politiek. Het beleid om corona te bestrijden wordt vooral op landelijk niveau uitgezet. Gemeenten hebben in dat opzicht eigenlijk niets te zeggen, al spelen ze natuurlijk wel een rol in de uitvoering en handhaving. Van de afkeer onder kiezers van de aanpak van de coronacrisis zouden lokale partijen kunnen profiteren. Aan de andere kant liep de electorale steun voor FvD in de peilingen terug, omdat een deel van de kiezers vond dat Baudet zich te veel inliet met coronavirus-ontkenners.”

Weinig reden tot toekomstige dalingen

Voerman ziet de toekomst voor lokale partijen al met al positief in. “Vanaf eind jaren negentig neemt het electorale aandeel van de lokale partijen elke vier jaar weer toe; dat bleek laatst ook weer bij de herindelingsverkiezingen. Ze groeien nu al ruim twintig jaar vrijwel onafgebroken. Het zou kunnen dat ze op een keer het plafond bereiken, maar wanneer dat zal zijn is moeilijk te zeggen. De grote gevestigde landelijke partijen zijn op hun retour – niet zozeer de VVD, maar wel het CDA en de PvdA. Dat creëert op nationaal niveau ruimte voor onder meer nieuwe partijen, en op gemeentelijk niveau voor lokale partijen. Die situatie is voor lokale partijen gunstig.”

 

Gerrit Voerman is hoogleraar ontwikkeling en functioneren van het Nederlands en Europees partijstelsel en sinds 1989 hoofd van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkte recentelijk mee aan het onderzoek "Rekrutering en selectie van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018: ontwikkelingen vanaf 2006 geduid."

1.

Deze bijdrage stond in