Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

‘De voorkant van het lobbyveld moet eerlijker’

maandag 27 november 2017, analyse van mw Querine Hoejenbos

Het is tijd voor betere afspraken over lobbypraktijken in Den Haag, aldus Arco Timmermans, bijzonder hoogleraar Public Affairs van de Faculteit Governance and Global Affairs te Den Haag. Naar aanleiding van de hoogopgelopen discussie rondom het afschaffen van de dividendbelasting bespreekt Querine Hoejenbos met hem het Nederlandse lobbylandschap.

Volgens Timmermans is de lobby rondom de dividendbelasting een goed voorbeeld van inside lobby van bedrijven. Het gaat hier namelijk om private belangen die op een stille manier zonder aandacht van buitenaf worden besproken tussen enkele bedrijven en de politiek. Een heel traditionele lobby, terwijl de scheidslijn waarbij maatschappelijke organisaties de media opzoeken en bedrijven zich mediaschuwer opstellen in hun belangenbehartiging juist steeds meer aan het vervagen is. Bedrijven moeten zich steeds meer verantwoorden en kiezen daarom ook vaker zelf de publieke aandacht, terwijl maatschappelijke organisaties tegenwoordig aan tafel meepraten om invloed te kunnen uitoefenen.

In deze kwestie over de dividendbelasting, hoe lopen die lijnen tussen deze bedrijven en de politiek?

'Dit is vooral een directe lijn met de ‘hoge politiek’ geweest, in dit geval premier Rutte en informateur Zalm. Een klassieker, zeker geen uitzondering, maar wel een voorbeeld waarover nu veel meer maatschappelijke en zoals is gebleken ook politieke verontwaardiging ontstaat dan zeg tien jaar geleden. Het is niet zo dat dit onderwerp pas tijdens deze formatieperiode aan de orde is gekomen. Lobby is een zaak van lange adem en de afschaffing van dividendbelasting staat al langer op de agenda. Maar bedrijven moeten op hun tellen passen. Daarom zien we dat bedrijven ook vaker de openbaarheid zoeken bij bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld als het gaat om duurzaamheid of innovatie, waarbij zij kunnen laten zien dat het eigen belang samen gaat met het maatschappelijke belang. Wat dat betreft is het voorbeeld rond de dividendbelasting een stap terug. En dit nota bene in de tijd van de Paradise Papers.'

Wat vindt u van de manier waarop in Nederland de contacten tussen belangenbehartigers en de politiek is geregeld?

'Het kruisverkeer tussen de ontvangende kant, vaak natuurlijk de rol van het openbaar bestuur, en zij die een lobby-boodschap hebben, vind ik in Nederland nog weinig transparant en evenwichtig georganiseerd.'

Is dit naïviteit?

'Ik denk dat we lang de noodzaak ervan niet hebben ingezien. We hebben het idee dat we een klein landje zijn waarin belangenorganisaties en beleidsmakers informeel op een goede manier met elkaar omgaan. Maar andere Europese landen met een vergelijkbare cultuur van consensus zijn hier wel al verder mee.'

Zouden we dit in Nederland dus beter moeten reguleren? En zo ja hoe?

'Ik vind het vooral belangrijk dat het speelveld aan de voorkant van het lobbyproces opener en eerlijker wordt, dus wie er toegang hebben en onder welke voorwaarden en spelregels. We moeten voorkomen dat, zoals nu bij de dividendbelasting, er zaken worden gedaan waarbij een paar grote spelers grote invloed hebben, terwijl anderen hier geen notie van hebben en het intussen wel consequenties heeft voor het maatschappelijke belang. Bij de dividendbelasting was de lobby voor afschaffing een stuk sterker dan de economische en maatschappelijke argumentatie ervoor. We moeten de contacten tussen belangenbehartigers en de politiek daarom transparanter kanaliseren. Ik zeg niet dat het allemaal streng geregeld moet worden, maar de toegang moet wel eerlijk zijn.'

En hier ligt dan een taak voor het openbaar bestuur?

'Jazeker. We moeten de discussie hierover beter voeren, of zelfs nog beginnen. En binnen het openbaar bestuur moet er worden nagedacht over welke variatie er nodig is om eenzijdigheid in de informatie te voorkomen. Kamerleden bewaken dit ook zelf, maar hun informatieachterstand ten opzichte van ministeries is vrij groot. En binnen ministeries is het allemaal nog hap snap. Op sommige ministeries is er een goed begin gemaakt met interne richtlijnen voor de omgang met belangenbehartigers, bij andere is er nog weinig van te merken. Dat is geen houdbare situatie voor een goed functionerend, democratisch systeem van belangenvertegenwoordiging.'